Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 3.11

Vaststellen hoogte van persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Purmerend 2018

1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt berekend aan de hand van het aantal eenheden dat de individuele voorziening nodig wordt geacht door het college en het tarief; 2.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de maximale hoogte van het tarief als bedoeld in het eerste lid. 3.. Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. 4.. Het college bepaalt bij nadere regels onder welke voorwaarden de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 5. . Indien de jeugdhulp wordt betrokken van een persoon, die behoort tot het sociale netwerk, is de hoogte van het pgb gelijk aan: minimaal het minimum uurloon inclusief vakantietoeslag, zoals bedoeld in de Wet Minimumloon en minimum vakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36 urige werkweek of; de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk, zoals opgenomen in artikel 8 ab van de Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming of; de tegemoetkoming per kalenderjaar voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen of reiskosten, zoals bedoeld in artikel 8 ab van de Regeling Jeugdwet. De tegemoetkoming Wordt berekend aan de hand van de door het college vastgestelde vergoedingenlijst, die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel