Het college benoemt de leden op voordracht van de Participatieraad. Bij gebreke aan een voordracht door de Participatieraad kan het college, na herhaald schriftelijk verzoek, zelf leden benoemen.
Het college benoemt, de leden van de Participatieraad gehoord hebbende, de voorzitter van de Participatieraad.
Het lidmaatschap van de leden eindigt:
door het verstrijken van de periode waarvoor het lid is benoemd, behoudens herbenoeming;
door schriftelijke opzegging van het lid;
door het van toepassing worden van artikel 4, tweede lid;
door overlijden;
door ontslag.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op het beëindigen van het voorzitterschap.
Bij disfunctioneren van een van de leden kan de voorzitter in overleg treden met het betreffende lid om het functioneren te verbeteren. Indien dit overleg niet tot resultaat leidt, verzoekt de voorzitter, na raadpleging van de overige leden, schriftelijk en met redenen omkleed, het college om het lidmaatschap van dat lid te beëindigen. Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 5, derde lid, is niet van toepassing.
Artikel 7.
Benoeming en ontslag
Onderdeel van Verordening Participatieraad werk, inkomen, jeugd en zorg Leidschendam-Voorburg