Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 10

Verrekening

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ

Onverminderd het bepaalde in artikel 60, vierde lid van de Participatiewet en artikel 28, tweede lid van de IOAW en IOAZ en ongeacht de in artikel 9 genoemde betalingstermijn gaat het college indien mogelijk meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering over tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op bijstand of een uitkering in het kader van de IOAW of IOAZ. Ten aanzien van verrekenen gelden de volgende regels: er wordt niet tot verrekening over gegaan, indien de middelen van de schuldenaar afdoende zijn om de vordering in één keer te betalen; de schuldenaar wordt op de hoogte gesteld van het feit dat een vordering op grond van een terugvorderingbesluit met zijn of haar bijstand of uitkering wordt verrekend, evenals van de hoogte van het bedrag van de verrekening (artikel 4:93 lid 2 Awb); de schuldenaar dient door verrekening nimmer te beschikken over een inkomen dat minder is dan de voor hem of haar geldende beslagvrije voet (artikel 4:93 lid 4 Awb); een verleend uitstel tot betaling staat verrekening niet in de weg (artikel 4:93 lid 5 Awb); Op grond van artikel 60 lid 4 Participatiewet is het college verplicht eerdere boetes te verrekenen. Hieronder valt niet alleen de meest recente boete, maar ook eerdere boetes.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel