Beleidsregel 2.3.1 sociaal en persoonlijk functioneren:
Ondersteuning bij het sociaal en persoonlijke functioneren wordt slechts verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven wonen en verwaarlozing wordt voorkomen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat slechts de voor de cliënt, of bij respijtzorg de voor de overbelaste mantelzorger van de cliënt, noodzakelijke activiteiten en frequentie kunnen worden toegekend.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel Artikel 1.1.1, Verordening artikel 7
Ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren is bedoeld voor cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van:
sociale redzaamheid;
maatschappelijke participatie;
psychosociaal functioneren;
psychosociaal welbevinden, en/of;
mentaal functioneren.
In bijlage 2 is een toelichting te vinden over deze terreinen.
Beleidsregel 2.3.2 categorieën bij sociaal en persoonlijk functioneren:
Uit oogpunt van goedkoopst adequaat is bij ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren categorie standaard voorliggend op categorie speciaal.
Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7
Categorie speciaal is uitsluitend bestemd voor cliënten met de volgende problematiek:
psychiatrische stoornissen;
niet aangeboren hersenletsel.
Beleidsregel 2.3.3 mate ondersteuning sociaal en persoonlijk functioneren en persoonlijke verzorging:
De mate van de ondersteuning voor het sociaal en persoonlijk functioneren en de persoonlijke verzorging wordt berekend op basis van vastgestelde ondersteuningsscores, waarvan alleen in bijzondere situaties gemotiveerd afgeweken kan worden.
Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7
Voor alle activiteiten die behoren bij het sociaal en persoonlijk functioneren en de persoonlijke verzorging geldt een richtlijn met ondersteuningsscores zoals opgenomen in bijlage 1. Deze richtlijn is gebaseerd op de uren /klasse-systematiek zoals die tot 2015 ook onder de AWBZ werd gehanteerd.
Voor het sociaal en persoonlijke functioneren en de persoonlijke verzorging wordt een ondersteuningsbudget per 4 weken vastgesteld op basis van ondersteuningsscores voor het behalen van een resultaat. Bij de ingang van een indicatie halverwege een periode en bij het aflopen/beëindigen van een indicatie halverwege een periode geldt een budget per week.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3