Naar hoofdinhoud
Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. Peuteropvang regulier: een aanbod voorschoolse opvang voor peuters van 2 tot 4 jaar van minimaal 1 en maximaal 2 dagdelen tot maximaal 8 uur per week gedurende maximaal 40 weken. Vervallen. Voorschoolse educatie: uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma voor- en vroegschoolse educatie (VVE) dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten. Niet-toeslagouder(s): ouder(s) die geen recht heeft/hebben op de kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid. LRK: Landelijk Register Kinderopvang waarin aanbieders van peuteropvang en VVE die voldoen aan de Wko zijn opgenomen. Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een inkomensafhankelijke regeling in de kosten van kinderopvang. Ouderbijdrage of eigen bijdrage: de inkomensafhankelijke bijdrage die door de ouders betaald wordt aan de aanbieder. De hoogte van de ouderbijdrage wordt door de (VVE-)aanbieder bepaald aan de hand van het meest recente verzamelinkomen met een Inkomensverklaring. Ouderbijdragetabel: adviestabel ouderbijdragen van de VNG. VGGM: Veiligheids- en Gezondheidsregio Midden-Gelderland. Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI), te verkrijgen bij de Belastingdienst. Landelijk uurtarief: het maximum uurtarief voor dagopvang (peuter- en kinderopvang), opgesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor 2025 is dit tarief geïndexeerd door de Rijksoverheid met 4,83% en komt uit op € 10,71. VVE uurtarief: voor 2025 is dit tarief geïndexeerd met hetzelfde percentage als in artikel 1 onder l (4,83%) en komt uit op € 12,76. Doelgroeppeuter: een peuter met een door het consultatiebureau afgegeven VVE-indicatie. Een peuter ontvangt deze van het consultatiebureau wanneer de peuter op twee opeenvolgende consulten niet voldoet aan de minimum spreeknorm, er een risico bestaat op een taalachterstand en/of communicatieproblemen, en/of de peuter opgroeit in een taalarme omgeving. Hiervoor wordt het Van Wiechenschema gebruikt. Sociaal Medische Indicatie (SMI): indicatie voor opvang van een kind waarvan de ouders ontlast moeten worden, of waarvan geldt dat ze in hun ontwikkeling worden bedreigd, waarbij opvang dus als noodzakelijk wordt geacht en waarbij er geen sprake is van andere mogelijkheden. Dagdeel: een dagdeel betreft 4 uur. Peutermonitor: monitoringssysteem waarmee op basis van de input van de aanbieders, de gemeente en de VGGM de bekostiging per aanbieder kan worden berekend, waarbij rekening wordt gehouden met het al dan niet hebben van een VVE-indicatie en het al dan niet recht hebben op kinderopvangtoeslag. Het systeem geeft verder inzicht in het bereik van peuters in de gemeente en biedt input voor managementinformatie.

Rechtspraak bij dit artikel