**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Gemeentewet en het Burgerlijk Wetboek.
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
de wet: de Participatiewet;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest;
huurder: degene die tegen een financiële vergoeding een gedeelte van een woning huurt van iemand die de woning in zijn geheel huurt van een ander dan wel in eigendom heeft, waarbij de verhuurder/eigenaar en de huurder geen partners van elkaar zijn.
kostganger: een huurder die is overeengekomen dat de financiële vergoeding mede recht geeft op maaltijden op kosten van de verhuurder/eigenaar;
in aanmerking te nemen huur: het gedeelte van de financiële vergoeding die de huurder betaalt dat alleen betrekking heeft op het gebruik van de gehuurde ruimte (de kale huur) vermeerderd met – indien van toepassing – het gedeelte dat betrekking heeft op de servicekosten als bedoeld in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag tot de in artikel 5 lid 3 van die wet genoemde maximum bedragen.
woonkosten:
bij een huurwoning: de kosten van de in aanmerking te nemen huur;
bij een eigen woning: de in aanmerking te nemen woonkosten als bedoeld in paragraaf 6.20 van de Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet 2015-2;
woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 van de Participatiewet;
gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel b, van de Participatiewet.
uitkering: degene die een uitkering ontvangt ingevolge de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ.
Artikel 1.