De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken
indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder
zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het
monument zwaarder dient te wegen;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als
bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de
vergunning geen begin met de werkzaamheden is
gemaakt;
Tussen het begin en het einde van de uit te voeren
activiteit waarvoor de vergunning is verleend deze
activiteit langer dan een aaneengesloten periode van 26
weken niet wordt uitgevoerd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 14.
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Gemeente Emmen