Algemene bepalingen
1. Het college stelt de hoogte van de subsidiabele kosten vast.
2. Overeenkomstig artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de in artikel 3, lid 4 bedoelde derde met de eigenaar-bewoner aan wie de blijverslening wordt verstrekt een overeenkomst gesloten.
3. De hoofdsom van de blijverslening is in beginsel gelijk aan het bedrag van de subsidiabele kosten tot de in artikel 9 genoemde maxima.
4. Het kredietplafond voor een blijverslening wordt voor aanvang van het aanbrengen van de maatregelen berekend op basis van de uit de begroting berekende subsidiabele kosten en vastgelegd in een verleningsbeschikking.
5. De lening moet op basis van maandannuïteiten worden afgelost in maandelijkse termijnen, steeds te voldoen per het einde van elke maand. De maandelijkse betalingen worden valutair per de laatste dag van iedere maand met de restschuld verrekend.
6. De notariskosten zijn voor rekening van de aanvrager. Deze kosten kunnen meegefinancierd worden in de blijverslening binnen de grenzen van het maximale bedrag.
7. Bij het gebruikmaken van een erkend financieel adviseur komen de kosten van een advies voor rekening van de aanvrager. Deze kosten komen niet in aanmerking voor financiering door middel van de blijverslening.
8. Per woning kan slechts eenmaal een blijverslening worden aangevraagd.
9. Na de uitvoering van de werkzaamheden worden de uiteindelijke subsidiabele kosten berekend op basis van door of namens de eigenaar te overleggen geldelijke eindverantwoording, met originele nota’s en betaalbewijzen (of prints of scans daarvan) en vastgelegd in een vaststellingsbeschikking.
10. Een niet gebruikt restant van de financiering moet terstond na afgifte van de vaststellingsbeschikking worden aangewend als extra aflossing.