Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Subsidieverordening Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht

Voor de toepassing van deze verordening en de hierop gebaseerde besluiten en (beleids)regels wordt verstaan onder: beeldbepalend object: een pand of object dat naar het oordeel van het college een kenmerkend onderdeel vormt van het stadsgezicht van Dordrecht, als bedoeld in artikel 1, onder g van de Monumentenwet 1988, zoals de wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet per 1 juli 2016; college: het college van Burgemeester en Wethouders van Dordrecht; eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde een vereniging van eigenaren, die het monument, waaraan de voorzieningen worden getroffen, in eigendom heeft, waaronder tevens te verstaan: degene die het recht van erfpacht op (het perceel van) het monument bezit; de houder van het recht van opstal op (het perceel van) het monument; de houder van het appartementsrecht van het monument; de toekomstige eigenaar die in het bezit is van een koop- of erfpachtcontract inzake het monument; fiscaal relevante eigenaar: de eigenaar die belastingplichtig is ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001 dan wel de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;gemeentelijk monument: het pand of object dat overeenkomstig de Erfgoedverordening Dordrecht op de gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst; GRD: het Gemeentelijk Restauratiefonds van de gemeente Dordrecht waaruit de GRD-hypotheek en de GRD-bijdrage worden verstrekt; GRD-bijdrage: een subsidie in de vorm van een eenmalige bijdrage die rechtstreeks uit het GRD aan de eigenaar wordt uitbetaald; GRD-hypotheek: een subsidie in de vorm van de laagrentende hypothecaire geldlening als bedoeld in artikel 6, lid 5 van deze verordening, uit het GRD te verstrekken aan de eigenaar; monument: een beeldbepalend object of gemeentelijk monument; niet-fiscaal relevante eigenaar: de eigenaar die niet belastingplichtig is ingevolgde Wet inkomstenbelasting 2001 dan wel de Wet op de vennootschapsbelasting 1969; onderhoudsplicht: de door het college na het treffen van de voorzieningen op te leggen verplichting tot instandhouding van de voorzieningen; raad: de gemeenteraad van Dordrecht; restaurerende instelling: een rechtspersoon die door de Belastingdienst is aangewezen als Culturele Algemeen nut beogende instelling (Culturele Anbi); subsidiabele kosten: de som van de geraamde en door het college goedgekeurde bedragen van: a. de aanneemsom voor het treffen van de voorzieningen; b. de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; c. het naar rato van de verhouding tussen subsidiabel geachte kosten en niet subsidiabel geachte kosten aan de subsidiabel geachte kosten toe te rekenen gedeelte van: - het honorarium van de architect tot het maximum als bepaald in de Rechtsverhouding Opdrachtgever – Architect, ingenieur en adviseur DNR 2011 (herziening 2013); - het honorarium van de constructeur en/of adviseurs voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is voor de instandhouding van het monument; - het toezicht op de uitvoering; - de bestedingskosten; - de leges voor de omgevingsvergunning en voor enig andere vergunning die nodig is voor het treffen van de voorzieningen; d. de verschuldigde en niet-verrekenbare omzetbelasting; e. de kosten voor het redelijkerwijs niet te vermijden en bij het opstellen van het restauratieplan onvoorziene meerwerk, voor zover deze kosten: - gemeld zijn aan het college direct na constatering ervan lopende de uitvoering van het werk; en - door het college vóór de uitvoering van het werk zijn goedgekeurd; f. de kosten voor een bouwhistorische opname en/of bouwhistorisch onderzoek gericht op de te treffen voorzieningen, tot een maximum van een half procent van de goedgekeurde subsidiabel geachte kosten; g. de kosten van materialen die zijn gebruikt bij in zelfwerkzaamheid uitgevoerde voorzieningen, de kosten voor mensuren bij zelfwerkzaamheid komen niet voor vergoeding in aanmerking. Bij het bepalen van de subsidiabele kosten wordt uitgegaan van de door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vastgestelde Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013; vaststellingsbeschikking: het besluit van het college waarin, nadat de voorzieningen zijn getroffen, definitief de hoogte van de subsidiabele kosten is vastgelegd en de hoogte van de GRD-hypotheek of de GRD-bijdrage definitief wordt vastgesteld; verleningsbeschikking: het besluit van het college waarin, voorafgaand aan het treffen van de voorzieningen, voorlopig de hoogte van de subsidiabele kosten is vastgelegd en waarmee de eigenaar aanspraak kan maken op een GRD-hypotheek of een GRD-bijdrage, mits aan alle aan de verstrekking van een GRD-hypotheek of een GRD-bijdrage verbonden voorwaarden is voldaan; voorzieningen: de maatregelen waarvoor op basis van de verordening een GRD-hypotheek of GRD-bijdrage kan worden verstrekt, bestaande uit: - maatregelen tot opheffing van bouwtechnische gebreken aan het monument; - overige maatregelen die voor de instandhouding van het monument noodzakelijk zijn; - maatregelen die het duurzame gebruik van het monument bevorderen en die zich verhouden tot de cultuurhistorische waarden van het object, inclusief eventueel noodzakelijke deskundige advisering over de historische waarden en technische mogelijkheden, uitgezonderd maatregelen ten aanzien van installaties, waaronder zonnepanelen. De definities kunnen zonder verlies van de inhoudelijke betekenis in zowel enkelvoud als meervoud in deze verordening worden gebruikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel