Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018

1.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel verschuldigd voor elke volle maand in dat jaar c.q. de periode genoemd in de tarieventabel, die nog resteert na de aanvang van de belastingplicht 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel voor elke volle maand in dat jaar c.q. de periode genoemd in de tarieventabel. die nog resteert na de einde van de belastingplicht. 4.. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 en hoofdstuk 1.3 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6.. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belasting.

Rechtspraak bij dit artikel