**1..** Iedere deelnemer kan besluiten tot uittreden. Een besluit tot uittreding kan niet eerder worden genomen dan drie jaar na 1 januari 2018 dan wel drie jaar na toetreding tot deze regeling, daar waar sprake is van nieuwe deelnemers na 1 januari 2018.
**2..** Een uittredingsbesluit wordt van kracht twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.
**3..** Alvorens een deelnemer tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe eerst overleg met de andere deelnemers gevoerd.
**4..** In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemer wenst uit te treden.
**5..** Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het bestuur.
**6..** Het bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Tot deze financiële voorwaarden behoort de bepaling, dat een uittredende deelnemer nog twee jaar, vanaf het jaar van uittreding aan het IBKW , een bijdrage in de jaarlijkse (vaste) exploitatielasten betaalt, waaronder de personele kosten van het IBKW. De bijdrage kan worden omgezet in een éénmalige uittredingssom.
**7..** Een uittredende deelnemer kan géén recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van het IBKW.
HOOFDSTUK 10
Artikel 31