Het is niet de bedoeling dat het college voorzieningen verstrekt, waarvan het gelet op de omstandigheden van de cliënt, aannemelijk is dat deze daarover, ook als hij of zij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken (zie uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 juli 2010, ECLI:NLCRVB:2010:BN1265). Dergelijke voorzieningen worden gezien als algemeen gebruikelijk.
De consulent dient per geval te beoordelen of een voorziening algemeen gebruikelijk is voor de cliënt in kwestie (zie uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK5657). Om algemeen gebruikelijk te zijn voor de betrokken cliënt moet de voorziening in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:
de voorziening is daadwerkelijk beschikbaar;
de voorziening kan door de cliënt worden bekostigd; en
de voorziening biedt een passende bijdrage.
De volgende criteria kunnen ook een rol spelen bij deze beoordeling (zie uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 februari 2016, ECLI:NLCRvB:2016614):
de voorziening is verkrijgbaar in een winkel of webshop;
het is gangbaar dat de voorziening ook wordt aangeschaft voor personen zonder beperking; of
de voorziening behoort gelet op de maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van de cliënt.
Zie voorts bijlage 1 voor een niet-limitatieve lijst aan algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Artikel 8.5.