1.Algemene voorzieningen
Algemene voorziening Elver
Zolang de cliënt aan de criteria zoals genoemd in artikel 9 van de Verordening voldoet, kan hij in aanmerking komen voor de algemene voorziening.
Algemene voorziening Schoonmaakhulp
De algemene voorziening Schoonmaakhulp kan zonder einddatum worden verstrekt. Cliënt kan gebruik maken van Schoonmaakhulp voor de periode dat de algemene voorziening wordt aangeboden. Een toekenning zonder einddatum is alleen mogelijk als gezien de beperkingen en persoonskenmerken van de cliënt veranderingen in de eigen kracht of thuissituatie niet waarschijnlijk worden geacht. Indien de cliënt tijdelijk huishoudelijke hulp nodig heeft, omdat hij of zijn partner uit een ziekenhuisopname komt, kan er voor maximaal drie maanden (met incidenteel de mogelijkheid tot een eenmalige verlenging van 3 maanden) Schoonmaakhulp - korting worden ingezet. Daarnaast kan worden gekozen voor een geldigheidsduur van 1 jaar of 5 jaar.
Hoe korter de termijn waarbinnen de met de ondersteuning na te streven doelen naar verwachting worden behaald en/of hoe aannemelijker het is dat zich veranderingen in de situatie van de cliënt kunnen voordoen, des te korter de geldigheidsduur.
De zorgaanbieder bepaalt per cliënt welke geldigheidsduur passend is aan de hand van:
De mate waarin veranderingen in de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van personen uit het sociale netwerk worden verwacht; en
De mate waarin bij de cliënt veranderingen binnen de levensdomeinen financiën,
huisvesting, huiselijke relaties/sociaal netwerk, geestelijke gezondheid/sociaal emotionele
Ondersteuning, lichamelijke gezondheid/algemeen dagelijkse
levensverrichtingen/lichamelijke verzorging worden verwacht, welke van invloed kunnen zijn
op de behoefte van de cliënt aan huishoudelijke hulp.
Algemene voorziening Pauropus
Zolang de cliënt aan de criteria, zoals genoemd in artikel 9 van de Verordening voldoet, kan hij in aanmerking komen voor de algemene voorziening.
Algemene voorziening Stadskamer
Zolang de cliënt aan de criteria, zoals genoemd in artikel 9 van de Verordening voldoet, kan hij in aanmerking komen voor de algemene voorziening.
2.Maatwerkvoorzieningen
Een maatwerkvoorziening kan worden toegekend voor een periode van maximaal vijf jaar. De termijn van vijf jaar geldt zowel voor maatwerkvoorzieningen in natura als voor persoonsgebonden budgetten. De consulent bepaalt per cliënt welke indicatieduur passend is aan de hand van:
de termijn waarbinnen de door middel van de ondersteuning na te streven doelen naar verwachting worden behaald. De indicatieduur zal zoveel mogelijk aansluiten op deze termijn. Als de ondersteuning voornamelijk is bedoeld om een situatie te stabiliseren of achteruitgang te voorkomen, ligt het toekennen van de maximale indicatieduur voor de hand;
de mate waarin veranderingen in de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van personen uit het sociale netwerk worden verwacht; en
de mate waarin bij de cliënt veranderingen binnen de levensdomeinen financiën, dagbesteding/tijdsbesteding/scholing/werk, huisvesting, huiselijke relaties/sociaal netwerk, geestelijke gezondheid/sociaal emotionele ondersteuning, lichamelijke gezondheid/algemeen dagelijkse levensverrichtingen/lichamelijke verzorging, verslaving of justitie (zoals genoemd in de Zelfredzaamheidsmatrix) worden verwacht, welke van invloed kunnen zijn op de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
Hoe korter de termijn waarbinnen de met de ondersteuning na te streven doelen naar verwachting worden behaald en/of hoe aannemelijker het is dat zich veranderingen in de situatie van de cliënt kunnen voordoen, des te korter de indicatieduur.
Als blijkt dat na afloop van de indicatieduur ondersteuning nodig blijft, moet de cliënt dan wel de aanbieder een nieuwe melding doen. Als de cliënt zich minder dan acht weken voor afloop van de indicatieduur meldt, kan het zijn dat de nieuwe indicatie niet direct aansluit op de oude.
Een uitzondering op de genoemde maximale indicatieduur van vijf jaar geldt voor natura verstrekkingen van de diensten Ondersteuning thuis – Schoon huis en Ondersteuning thuis – Overnemen. Deze diensten kunnen maximaal voor onbepaalde tijd worden toegekend. Hiervoor is gekozen omdat Ondersteuning thuis – Schoon huis en Ondersteuning thuis – Overnemen gericht zijn op het stabiliseren en voorkomen van achteruitgang bij een ingezetene beperkte verandercapaciteit. Het college wil cliënten niet elke vijf jaar confronteren met een herbeoordeling als vooraf al met hoge waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat dit niet tot een andere vorm van ondersteuning zal leiden. Vooralsnog heeft het college ervoor gekozen om bij de inzet van een persoonsgebonden budget geen toekenning voor vijf jaar of voor onbepaalde tijd af te geven. De reden hiervoor is om juist bij het persoonsgebonden budget zicht te houden of de budgethouder in staat is en blijft om ook in de toekomst verantwoorde ondersteuning in te kopen.
Een toekenning voor onbepaalde tijd is alleen mogelijk als, gezien de beperkingen en persoonskenmerken van de cliënt, veranderingen in de eigen kracht of thuissituatie niet waarschijnlijk worden geacht. De consulent bepaalt per cliënt welke indicatieduur passend is aan de hand van:
de mate waarin veranderingen in de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van personen uit het sociale netwerk worden verwacht; en
de mate waarin bij de cliënt veranderingen binnen de levensdomeinen financiën, dagbesteding/tijdsbesteding/scholing/werk, huisvesting, huiselijke relaties/sociaal netwerk, geestelijke gezondheid/sociaal emotionele ondersteuning, lichamelijke gezondheid/algemeen dagelijkse levensverrichtingen/lichamelijke verzorging, verslaving of justitie (zoals genoemd in de Zelfredzaamheidsmatrix) worden verwacht, die van invloed kunnen zijn op de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
De indicatieduur zal korter zijn naarmate het meer aannemelijk is dat zich veranderingen in de situatie van de cliënt kunnen voordoen.
Bovenstaande laat onverlet de mogelijkheden tot het herzien dan wel intrekken van een beslissing, zoals bepaald in artikel 2.3.10 van de wet. Ook dient de cliënt op grond van artikel 2.3.8 van de wet aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing.