Naar hoofdinhoud
Wanneer een individuele voorziening aangewezen is, informeert de jeugd en gezinswerker de jeugdige en zijn ouders over het door de gemeente gecontracteerde aanbod. Ook worden ouders geïnformeerd over de mogelijkheid om te kiezen voor een verstrekking van een persoonsgebonden budget, onder de voorwaarden zoals genoemd in de Jeugdwet en in artikel 7b Verordening jeugdhulp gemeente Doetinchem. De jeugd- en gezinswerker wijst ouders in het gesprek expliciet op de mogelijkheid om hun bekwaamheid met betrekking tot het omgaan met een persoonsgebonden budget, te testen. Het testen is bedoeld om de ouder(s) bewust te maken van de taken en verantwoordelijkheden die horen bij het beheren van een persoonsgebonden budget. Hiermee kunnen zij een weloverwogen keuze voor persoonsgebonden budget of zorg in natura maken. Indien de jeugd- en gezinswerker- of daar waar relevant een andere regievoerder – redenen heeft om te twijfelen (bijvoorbeeld door schuldenproblematiek) aan de competenties ten aanzien van de budgetvaardigheid van de budgethouder of diens vertegenwoordiger kan; een budgetcoach of vorm van budgetbeheer worden ingezet om te kijken of de vertegenwoordiger financieela zelfredzaam is. de budgethouder/ vertegenwoordiger worden gevraagd na een aangegeven periode een evaluatie/voortgangsverslag in te dienen. Naar oordeel van de jeugd- en gezinswerker dient gewaarborgd te zijn dat de met een persoonsgebonden budget in te kopen maatwerkvoorziening van voldoende kwaliteit is. Dit wil zeggen dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend. Hiertoe levert de cliënt een ondersteunings- en budget plan aan, waarin de cliënt samen met de ondersteuner afspraken inzake de gewenste ondersteuning vastlegt. Bij een hernieuwde aanvraag en dus een herbeoordeling worden de gestelde doelen uit het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd door de jeugd- en gezinswerker. In het ondersteunings- en budgetplan maakt de cliënt in ieder geval inzichtelijk: waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan; hoe aan de, in het gespreksverslag of gezinsplan omschreven doelen, wordt gewerkt waarom voor deze ondersteuner is gekozen wie het persoonsgebonden budget gaat beheren; waarom hij de ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget wil ontvangen; welke salarisafspraken zijn gemaakt hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd. Spelregels pgb Salarisafspraken Naast het ondersteunings- en budgetplan moet de cliënt ook de zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarieven vastgelegd. De SVB faciliteert zowel betalingen via een vast maandloon als via facturering per uur of dagdeel. De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. De gemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. Daartoe hanteert de gemeente het uitgangspunt dat een betaling via facturatie de standaard is. Betaling via facturatie ondersteunt de controle op rechtmatigheid voor zowel budgetbeheerder als de gemeente. Betaling via een vast maandloon is mogelijk. Net als bij betaling via facturatie moet de cliënt de rechtmatigheid van de bestedingen kunnen aantonen en verantwoorden. Daartoe moet een administratie worden bijgehouden. Eventuele wijzigingen in de hoogte van de geleverde ondersteuning moeten worden doorgeven aan de SVB. Wanneer een budgetbeheerder kiest voor betaling via maandloon moet hij in het ondersteunings- en budgetplan aangeven dat hij zich van deze verantwoordelijkheid bewust is. Het ondersteunings- en budgetplan en de zorgovereenkomst moeten door de consulent zijn goedgekeurd voordat de gemeente het persoonsgebonden budget bij de SVB klaarzet. Bij de herbeoordeling van de indicatie wordt het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd. Ook kan de gemeente steekproefsgewijs controles uitvoeren. Indien de budgetbeheerder de besteding van het persoonsgebonden budget niet adequaat kan verantwoorden, kan het college besluiten het persoonsgebonden budget te beëindigen of (een deel van) het persoonsgebonden budget terug te vorderen. De cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het maximale tarief uit het op dat moment van kracht zijnde Besluit Maatschappelijke Ondersteuning. Indien als gevolg hiervan sprake is van meerkosten, dan komen deze voor rekening van de cliënt. Indien als gevolg hiervan de cliënt minder ondersteuning inkoopt dan is geïndiceerd, dan is dit in beginsel toegestaan. Wel zal bij een herindicatie worden onderzocht wat de invloed van de lagere inzet op het beoogde resultaat is geweest. Ondersteuning in het buitenland Als ondersteuning is ingekocht buiten Nederland mogen de reis- en verblijfkosten hiervan niet worden betaald met een persoonsgebonden budget. Daarnaast geldt dat voor het bieden van begeleiding aan de cliënt in het buitenland expliciet toestemming door de consulent moet worden gegeven. De consulent zal hierbij toetsen of de besteding van het persoonsgebonden budget past binnen het ondersteuningsplan en de te behalen resultaatgebieden. Daarbij geldt dat een persoonsgebonden budget maximaal dertien weken per jaar buiten Nederland mag worden besteed. Als de cliënt langer dan zes weken per jaar in het buitenland verblijft en daar ondersteuners inhuurt die niet onder de Nederlandse sociale- en belastingwetgeving vallen, zal de hoogte van het persoonsgebonden budget verlaagd worden op grond van het voor dat land geldende aanvaardbaarheidspercentage zoals bepaald door het Menzis Zorgkantoor regio Arnhem. Overige spelregels Het persoonsgebonden budget kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering. Tussenpersonen, belangenbehartigers en administratiekosten mogen niet uit het persoonsgebonden budget betaald worden. In het geval de cliënt besluit voor het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn beschikking de ondersteuning te beëindigen, dan vervalt het persoonsgebonden budget op de dag dat de ondersteuning wordt beëindigd. Kosten die de ondersteuner bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijn zijn niet te verhalen op de gemeente. Ook kosten die de ondersteuner de budgethouder in rekening brengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel