Het inzetten van jeugdhulp is aan de orde als tijdens het gesprek blijkt dat de jeugdige en/of zijn ouders in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problemen en stoornissen of beperkingen:
niet
op eigen kracht;
met hulp van andere personen uit de sociale omgeving;
of met gebruikmaking van algemene, overige of andere voorzieningen, waaronder ook (onderwijsgerelateerde) voorzieningen behorend bij het (passend)onderwijs;
voldoende zelfredzaam zijn.
De ‘goedkoopst adequate’ oplossing geldt als norm voor de te verstrekken voorziening.
Adequaat houdt in dat de voorziening haar doel moet bereiken op het gebied van zelfredzaamheid of participatie en past binnen de systeembenadering. Uitgangspunt hierbij is een (in de praktijk) bewezen effectieve methode die wordt aangeboden door een gekwalificeerde aanbieder. Voldoen meerdere voorzieningen aan dit criterium, dan zal de gemeente de goedkoopste voorziening toekennen.
Hoofdstuk
Artikel 6