De jeugd- en gezinswerker kan met een andere professional over de benodigde hulp overleggen.
Deze andere professional beschikt over de relevante deskundigheid, volgens landelijke professionele richtlijnen. Bij meer complexe situaties wordt zo nodig meer gespecialiseerde deskundigheid geconsulteerd. Ook wordt indien nodig afstemming met het onderwijs gezocht.
Het overleg zal met name gericht zijn op het in kaart brengen van de ontwikkelingsmogelijkheden van de jeugdige. Het overleg vindt plaats op basis van anonieme cliëntgegevens.
Er wordt zo snel mogelijk toe geleid naar passende hulp door de juiste expertise op de juiste plek en het juiste moment in de toegang aanwezig te hebben; deze passende hulp is licht waar mogelijk en direct zwaarder waar nodig.
De verschillende stadia van onderzoek zoals benoemd in artikel 10 van deze nadere regels, vragen op die stadia aangepaste deskundigheid. Die deskundigheid wordt naar discipline van deskundigheid concreet kenbaar gemaakt aan de jeugdige en of diens ouder(s). Daar waar nodig wordt contact gezocht met Veilig Thuis en/of een melding gedaan aan de verwijsindex risicojongeren.
Hoofdstuk
Artikel 9