Door bepaalde veranderingen kan het zijn dat een inwoner zijn woonkosten niet kan betalen. Bijvoorbeeld door een plotselinge daling van het inkomen of door een echtscheiding. Er moet dan worden gezocht naar een woning die past bij het inkomen. Dit kost vaak tijd en in die tijd moeten wel de woonkosten betaald worden.
In uitzonderlijke situaties ondersteunt de gemeente met bijzondere bijstand voor de kosten van de huur of voor de kosten van de eigen woning.
Huurwoning:
Voor de kosten van huur is de Wet op de Huurtoeslag een voorliggende voorziening.
Koopwoning:
Voor een eigen woning is er geen toeslag, zoals de huurtoeslag. Wel is er de voorlopige teruggave van de belastingdienst en de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) waarop een beroep kan worden gedaan.
Inspanningsverplichting:
In de periode dat wij belanghebbende ondersteunen met bijzondere bijstand verwachten wij wel wat terug; een inspanningsverplichting. Wij verplichten inwoners er alles aan te doen de eigen woning te verkopen en huisvesting te vinden die past bij hun financiële situatie. Hierbij moet gedacht worden aan:
Bij een eigen woning:
de woning te koop aanbieden;
het inschakelen van een makelaar;
een reële vraagprijs vaststellen (op of onder de WOZ-waarde);
geen aanbod weigeren, als het aanbod op of rond de vraagprijs is;
inschrijven bij de woningbouwcorporatie.
Bij een huurwoning:
inschrijven bij de woningbouwcorporatie;
maandelijks meerdere malen reageren op woningen uit het huuraanbod;
een goedkoper beschikbare woning weigeren als daar geen gegronde reden voor is.
Voorwaarden voor bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag:
Er moet sprake zijn van een bijzondere situatie.
De woonkostentoeslag is bedoeld om woonkosten te compenseren ter overbrugging naar huisvesting die past bij de financiële situatie
Bij woonkosten boven de maximale huurgrens leggen wij inwoners een inspannings-verplichting op; Inwoners moeten actief op zoek naar passende en betaalbare woonruimte.
Elke drie maanden bespreken wij de wijze waarop de inwoner de inspanningsverplichting nakomt.
De duur van de woonkostentoeslag is in de regel een half jaar.
Alleen wanneer wij van oordeel zijn dat de inwoner alles heeft gedaan passende en betaalbare woonruimte te krijgen en het niet is gelukt binnen een periode van een half jaar, verlengen we de periode tot een maximale periode van twee jaar.
Bij de berekening voor woonkostentoeslag voor woningeigenaren houden wij rekening met de belastingaftrek.
In tegenstelling tot de draagkrachtregels, wordt bij de woonkostentoeslag het volledige meerinkomen boven bijstandsniveau berekend en ingezet als draagkracht.
De hoogte van de bijzondere bijstand voor de woonkosten tot de maximale huurgrens wordt berekend volgens de systematiek van de Huurtoeslag.
De hoogte van de bijzondere bijstand voor woonkosten boven de maximale huurgrens is gemaximaliseerd en wordt afgebouwd:
€ 400,- per maand voor het eerste half jaar
€ 250,- per maand voor het tweede half jaar
€ 100,- per maand voor het tweede jaar
Artikel 5.2