1. De gemeente Aa en Hunze heeft een Gemeenterekening Starterslening ingericht waaruit aan aanvrager, die blijkens zijn aanvraag voldoet aan de hierna in lid 2 gestelde voorwaarden, een Starterslening kan worden toegekend. De Gemeenterekening Starterslening is ondergebracht bij SVn.
2. Deze verordening is uitsluitend van toepassing op leningaanvragen:
a. Van in Nederland woonachtige, verblijfsgerechtigde personen die op het moment van de aanvraag voor een starterslening minimaal een jaar zelfstandig een huurwoning bewonen dan wel minimaal een jaar inwonend zijn. De aanvrager (of indien sprake is van twee aanvragers één van beiden) is jonger dan 40 jaar.
b. Waarbij zowel de eerste Hypotheek als de Starterslening wordt verstrekt met NHG;
c. Voor het verwerven van nieuwe en bestaande (huur)koopwoningen in de gemeente Aa en Hunze, en waarvan de kosten voor het verkrijgen in eigendom (waaronder grondkosten, bouwkosten, verbeteringskosten, renteverlies en alle overige kosten) van de woning niet hoger zijn dan:
1. € 175.000,-- voor een bestaande woning (huurwoningen van de corporaties dienen overeenkomstig de getaxeerde, marktconforme waarde te worden verkocht);
2. € 184.000,-- voor een nieuwbouwwoning waarvoor de aanvrager bij de 1e hypotheeverstrekker gebruik maakt van een extra financieringsruimte van maximaal € 9.000,-- in verband met verbetering van de duurzaamheid van de woning (artikel 7.6.1. NHG-normen 2015-3);
3. € 200.000,-- voor een nieuwbouwwoning waarvoor de aanvrager bij de eerste hypotheekverstrekker gebruik maakt van een extra financieringsruimte van maximaal € 25.000,-- in verband met de verbetering van de duurzaamheid van de woning tot een energie neutrale woning (artikel 7.6.2. NHG-normen 2015-3).
d. De hoofdsom van de Starterslening bedraagt maximaal 20% van de kosten voor het in eigendom verkrijgen van de woning, met een maximum van € 35.000,--.
e. De maximale bijdrage van de Starterslening bedraagt € 35.000,--.
f. De aanvrager moet de woning waarvoor een Starterslening wordt verstrekt zelf gaan bewonen.
3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het in het tweede lid, sub b. genoemde bedrag aan te passen.