Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Waardering, activeren, afschrijving en rente vaste activa

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Katwijk 2017

1.. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingstermijnen bij deze verordening; 2.. Kosten voor het afsluiten van geldleningen en een saldo voor agio of disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht; 3.. Op vaste activa wordt lineair afgeschreven - tenzij in bijzondere gevallen in een raadsvoorstel hiervan wordt afgeweken - met ingang van 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarop minimaal 90% van de investering is gerealiseerd; 4.. Bij gegronde redenen kan - indien hier in een raadsvoorstel voor is gekozen - worden afgeweken van de bijlage afschrijvingstermijnen; 5.. Bij de berekening van de kapitaallasten wordt geen rekening gehouden met restwaarden; 6.. De rentelasten worden toegerekend op basis van de boekwaarde per 1 januari; 7.. Investeringen met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd waarbij, indien investeringen “verzameld” plaatsvinden, dit criterium geldt voor de totale investering en niet per stuk; 8.. De componentenmethode wordt niet toegepast, tenzij in een raadsvoorstel anders wordt besloten; 9.. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd op voorwaarden dat aan de formele vereisten conform BBV is voldaan; 10.. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd, tenzij in een raadsvoorstel anders wordt besloten; 11.. Kredieten waarvan de investeringsomvang zich over meerdere jaren uitstrekt, worden gesplitst in een voorbereidingskrediet en een later aan te vragen uitvoeringskrediet; 12.. Het college legt via de bestuursrapportages afwijkingen van de bij of krachtens dit artikel vastgestelde regels over waardering en afschrijving van activa ter vaststelling aan de raad voor; 13.. Als bij een krediet het beschikbaar gestelde bedrag langer dan twee jaar niet (volledig) is benut - vanaf het laatste jaar dat uitgaven zijn gepland - dient het restantkrediet vrij te vallen. Een krediet kan alleen langer open blijven als de noodzaak daartoe voldoende in een nota aan het college of in de bestuursrapportage is onderbouwd en het college hierover positief beslist. Het krediet blijft dan beschikbaar in het volgende begrotingsjaar; 14.. Bij het afboeken van boekwaarden grondposities worden tolerantiedrempels gehanteerd waarbij tot afboeking wordt overgegaan indien de afwijking tussen boekwaarde en taxatiewaarde groter is dan: 5% voor boekwaarden tot € 500.000; 3% voor boekwaarden hoger dan € 500.000 met een minimum van € 25.000.

Rechtspraak bij dit artikel