Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Leefeenheid en gebruikelijke zorg

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Uithoorn 2017

Bij de overweging of een maatwerkvoorziening wordt ingezet is niet alleen de situatie van de cliënt van belang, maar ook die van de leefeenheid waartoe hij behoort. Mensen die samen een leefeenheid vormen, horen voor elkaar te zorgen, waar dat kan. Ze zijn dus ook gezamenlijk verantwoordelijk voor het huishouden. Het aandeel dat ieder lid van de leefeenheid geacht wordt bij te kunnen dragen aan het huishouden, wordt gebruikelijke zorg genoemd. Voor taken die tot de gebruikelijke zorg behoren wordt geen maatwerkvoorziening toegekend. In situaties waarin de cliënt een beperkte levensverwachting heeft, wordt soepeler omgegaan met de criteria voor gebruikelijke zorg. Als de cliënt alleen woont, is gebruikelijke zorg uiteraard niet aan de orde. Kamerbewoners in per kamer verhuurde panden en bewoners van gezamenlijke woonvormen (woongroepen, kloosters) vormen ook geen leefeenheid. Als bij hen een indicatie voor Hulp bij het huishouden aan de orde is, wordt eventueel een indicatie afgegeven voor hun aandeel in het gezamenlijke (deel van het) huishouden, zoals het schoonhouden van gezamenlijke ruimtes. Gebruikelijke zorg kan aan de orde zijn bij een ondersteuningsvraag, waarvoor geen specialistische kennis of vaardigheden nodig is, maar die iedere gezonde persoon vanaf een bepaalde leeftijd kan verlenen (huishoudelijk werk, zorgen voor kinderen). Als bijlage zijn richtlijnen voor gebruikelijke zorg1 Zie bijlage 3 – ‘Protocol gebruikelijke zorg’ opgenomen. Hoe de richtlijnen in de praktijk worden vertaal verschilt per situatie. De richtlijnen zijn van toepassing op alle vormen van ondersteuning waaronder begeleiding, dagbesteding en Hulp bij het huishouden. Afwijken van de richtlijn is mogelijk, mits voldoende gemotiveerd.

Rechtspraak bij dit artikel