Onder Hulp bij het huishouden wordt verstaan:
“Hulp bij het huishouden omvat het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem dat leidt of dreigt te leiden tot het disfunctioneren van de verzorging van het huishouden van een persoon dan wel van de leefeenheid waartoe de persoon behoort”.
Het kunnen voeren van een huishouden maakt zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving langer mogelijk. Adequaat een huishouden voeren is een subjectief begrip. Om dit te objectiveren en zo het aantal uren/minuten te kunnen vaststellen dat nodig is om het huis schoon en leefbaar te houden is door het CIZ al onder de AWBZ (nu Wlz) beleid ontwikkeld in de vorm van de Wmo richtlijn Indicatieadvisering voor Hulp bij het huishouden3 Zie bijlage 1 – ‘Indicatieadvisering voor Hulp bij het huishouden’ van december 2006. Dit protocol (of Wmo-richtlijn) houdt ook onder de huidige Wmo jurisprudentie nog altijd stand.
De werkzaamheden die onder Hulp bij het huishouden vallen, zijn in de WMO-richtlijn 'Indicatieadvisering voor Hulp bij het huishouden’ te vinden. Hierin staan de werkzaamheden beschreven en genormeerd in tijd, afhankelijk van het aantal personen in het huishouden en de grootte van het huis. Ten aanzien van dat laatste wordt uitgegaan van het aantal gebruikte kamers dat gezien de omvang van het huishouden nodig is, niet met het werkelijke aantal kamers. Er wordt rekening gehouden met algemeen geldende standaarden ten aanzien van het voeren van een huishouden. Deze richtlijnen zijn in jurisprudentie bevestigd en geven inzicht in wat redelijkerwijs van een cliënt en zijn sociale omgeving mag worden verwacht om het probleem zelf op te lossen en waar mogelijk een beroep te doen op algemeen en voorliggende voorzieningen.
Volledig gebaseerd op deze richtlijn van het CIZ heeft de gemeente Uithoorn het model ‘Indicatiemodel Hulp bij het huishouden’4Zie bijlage 2 – ‘Indicatiemodel Hulp bij het huishouden’ ontwikkeld dat dient ter ondersteuning bij het indiceren.
Voor de Hulp bij het huishouden wordt eerst gekeken wat de ondersteuningsvraag is van de cliënt. Om specifiek te kunnen sturen op alleen het overnemen van taken waarvan het daadwerkelijk nodig is dat ze worden overgenomen, wordt er resultaatgericht geïndiceerd. Dit houdt in dat de taken en de daarbij behorende resultaten worden beschreven in het verslag van het onderzoek, de beschikking en de opdracht aan de aanbieder. Bij de taken wordt de benodigde frequentie genoemd en het aantal minuten dat hiervoor nodig wordt geacht. Het doel is dat het resultaat behaald wordt. Uiteraard is er altijd sprake van maatwerk en worden afwijkingen in de normtijden naar boven en beneden altijd gemotiveerd.
Aandachtspunten:
Het indicatiemodel gebruiken als richtlijn, niet als protocol: De individuele ondersteuning dient altijd maatwerk te zijn en afwijkingen zijn mogelijk, mits onderbouwd.
Een indicatie inclusief een gespecificeerde ondersteuningsvraag met bijhorende tijdsindicatie wordt verstuurd naar de aanbieder.
Er wordt afgerond naar hele kwartieren. De tijd die hiermee beschikbaar komt kan worden ingezet ten behoeve van incidentele opschaling in taken en/of het ‘koffiemomentje’.
Aanbieder bepaalt op basis van de frequentie van benoemde taken en in overleg met de cliënt hoe vaak de hulp per week wordt ingezet.
In Uithoorn bestaan er 2 typen Hulp bij het huishouden:
Hulp bij het huishouden 1 (Hbh1); ondersteuning op het gebied van het verzorgen van het huishouden. Uitgangspunt is hierbij dat de cliënt zelf in staat is tot regie en planning van de werkzaamheden.
Hulp bij het huishouden 2 (Hbh2); ondersteuning op het gebied van het verzorgen van het huishouden waarbij de nadruk ligt op de regiefunctie. Hbh2 wordt ingezet wanneer de cliënt niet tot zelfregie en planning van de werkzaamheden in het huishouden in staat is.
Hulp bij het huishouden is aan de orde als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden. Dat kan zich uiten in:
Vervuiling (van de woning of van kleding),
Verwaarlozing (gezondheidsrisico’s, persoonlijke verzorging, voeding en vocht)
Ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenhuis belemmerd wordt.
Hulp bij het huishouden kan als voorziening veelomvattend zijn. Het kan gaan van motiveren tot aansturen of tot het instrueren en zo nodig overnemen van:
Het zorgen voor eten en drinken: Aanschaffen van voedingsmiddelen, bereiden en tot zich doen nemen van voeding en drinken, afvoeren van vuilnis.
De essentiële hygiëne van de huishouding: Schone bedden, kleding, sanitair, vloeren stofzuigen en dweilen.
Incidentele werkzaamheden als het schoonhouden van ramen, kasten et cetera.
Het verzorgen van de aanwezige hulpbehoevende personen (volwassenen en kinderen)
De veiligheid van en de regie over het huishouden.
Voor het doen van boodschappen, het bereiden van maaltijden en het uitvoeren van incidentele werkzaamheden zijn voorliggende voorzieningen aanwezig. Als de cliënt gebruik kan maken van deze voorliggende voorzieningen is, is er geen indicatie voor het verstrekken van een maatwerkvoorziening.
Onder een leefeenheid wordt verstaan: ‘alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden te voeren’.
De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden, met inbegrip van het bevorderen en in stand houden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Hulp bij het huishouden is er als aanvulling op de eigen mogelijkheden.
Als er sprake is van kamerverhuur, rekenen we de huurder van de betreffende ruimte niet tot het huishouden. Als mensen zelfstandig samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen, veronderstellen we dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van een leefeenheid. (Denk aan woongroepen, kamerverhuur, meerdere generaties in een huis). Het eventuele positieve advies voor Hulp bij het huishouden betreft dan alleen de eigen woonruimte (kamers) van de zorgvrager en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten. Er zijn situaties die op een grensgebied liggen.
Leeftijd of het niet gewend zijn aan huishoudelijk werk kunnen invloed hebben op het vermogen van andere leden uit de leefeenheid om huishoudelijke taken over te nemen. Als dit noodzakelijk is door uitval van een van de leden kan aan de gezonde anderen een instructie worden gegeven voor het aanleren van vaardigheden op huishoudelijk gebied. Ook het trainen van huisgenoten om bepaalde huishoudelijke handelingen te verrichten of om te gaan met huishoudelijke hulpmiddelen valt als activiteit onder de Hulp bij het huishouden. Het gaat dan om een kortdurende indicatie voor beperkte tijd, waarin de noodzakelijke huishoudelijke vaardigheden worden aangeleerd.
Voor minderjarigen worden de te verwachten huishoudelijke taken per leeftijdsgroep omschreven in de Wmo richtlijn Indicatieadvisering voor Hulp bij het huishouden, paragraaf 2.4.
Er is geen positief advies voor Hulp bij het huishouden als de problemen van de cliënt afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen of woonvoorzieningen.
Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger. Deze hulpmiddelen dienen uit oogpunt van verantwoorde werkomstandigheden ook voor een helpende aanwezig te zijn. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van al aanwezige hulpmiddelen, zoals een droogtrommel of een wasmachine. Als dergelijke apparaten niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing zouden bieden voor het probleem, is de aanschaf van deze hulpmiddelen voorliggend op het inzetten van hulp.
Woonvoorzieningen kunnen bijvoorbeeld keukenaanpassingen of het plaatsen van een verhoging voor een droger/wasmachine betreffen maar ook woningsanering.
Bij huishoudelijke taken wordt onderscheid gemaakt tussen uitstelbare taken en niet- uitstelbare taken.
Uitstelbare taken; zijn taken die gefaseerd over de week uitgevoerd kunnen worden, zoals: wasverzorging en de licht en zwaar huishoudelijke taken.
Niet-uitstelbare taken; zijn taken die dezelfde dag of binnen afzienbare tijd uitgevoerd moeten worden, zoals: maaltijden verzorgen, afwassen en opruimen (en in geval van calamiteiten of door de aandoening veroorzaakte extra bevuiling: sanitair schoonmaken en wasverzorging).
In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan gaat de indicatiesteller ervan uit, dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.
Bij bepaalde problematiek, zoals incontinentie of COPD, kan een extra aantal minuten hulp worden geïndiceerd. Dit gebeurt alleen wanneer op grond van het onderzoek de noodzaak is vastgesteld voor cliënt. Bij jonge kinderen kan voor bepaalde taken ook een extra aantal minuten hulp worden geïndiceerd.
Wanneer een cliënt (die een indicatie heeft voor Hulp bij het huishouden) overlijdt en een huisgenoot die ook beperkingen heeft achterblijft, zal de Hulp bij het huishouden gedurende maximaal 6 weken kunnen worden voortgezet. Zo heeft de achterblijvende huisgenoot in ieder geval 6 weken de tijd om de hulp op een andere manier te organiseren of een indicatie op zijn/haar naam aan te vragen.
Een grotere woning leidt niet vanzelfsprekend tot meer uren hulp. Er wordt uitgegaan van het niveau van sociale woningbouw. Bij kamerverhuur wordt de huurder van de betreffende ruimte niet als een huisgenoot gezien van wie gebruikelijke hulp wordt verwacht. Dat er sprake is van kamerhuur moet met een huurovereenkomst worden aangetoond. Als mensen zelfstandig samenwonen op één adres en gemeenschappelijke ruimte delen wordt verwacht dat het aandeel in het schoonmaken van de gedeelde ruimtes bij uitval van één van de bewoners wordt overgenomen door een andere bewoner. Hulp bij het huishouden wordt dan alleen geleverd aan de woonruimte van de cliënt en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimte.
In vakantiewoningen, tweede woningen, hotels/pensions, kamerhuur wordt in beginsel geen Hulp bij het huishouden verstrekt. Aangezien een vakantie doorgaans van korte duur is, er is sprake van uitstelbare taken of kan schoonmaak bij de verhuurder worden ingekocht.
Bij wijziging van de woonvorm door verhuizing wordt de oorspronkelijke indicatie afhankelijk van de situatie aangepast. Staat de indicatie op naam van de verhuisde dan wordt een afspraak gemaakt voor herindicatie. Als de indicatie staat op naam van de partner van de verhuisde en de indicatie binnen 3 maanden na wijziging afloopt dan wordt de indicatie op de geplande einddatum aangepast. In alle andere gevallen wordt direct een nieuwe indicatie gesteld op basis van de gewijzigde situatie.
In principe wordt geen maaltijdbereiding vanuit de indicatie voor Hulp bij het huishouden toegekend. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van aanwezige algemene voorzieningen in de gemeente. In Uithoorn kan gebruik worden gemaakt van maaltijdbezorging, diner in het restaurant van Het Hoge Heem of andere particuliere initiatieven. Alleen in die gevallen waarbij het sociaal netwerk en algemeen en voorliggende voorzieningen geen oplossing bieden kan worden overwogen om vanuit de indicatie voor Hulp bij het huishouden tijd mee te indiceren.
In principe valt het doen van boodschappen niet onder de Wmo onder de indicatie voor Hulp bij het huishouden. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van aanwezige algemene voorzieningen zoals de bezorgservice van de supermarkt of de HHT Diensten Thuis. Alleen in die gevallen waarbij het sociaal netwerk en algemeen en voorliggende voorzieningen geen oplossing bieden kan worden overwogen om binnen de Hulp bij het huishouden tijd mee te indiceren.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2.1
Hulp bij het huishouden
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Uithoorn 2017