Begeleiding kan zowel individueel als in een groepsverband worden geboden. Groepsbegeleiding en Individuele Begeleiding omvatten activiteiten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aan inwoners van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. Groepsbegeleiding en Individuele Begeleiding moeten erop gericht zijn dat inwoners van de gemeente zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen en kunnen blijven functioneren.
De activiteiten kunnen bestaan uit:
Het ondersteunen bij of het oefenen van vaardigheden of handelingen gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid;
Het versterken en bevorderen van de inzet van het sociale netwerk;
Het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie;
Het overnemen van toezicht, zodat de mantelzorger wordt ontlast;
Het toezien van de hulpverlener op Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL-activiteiten) door de cliënt.
Groepsbegeleiding is veelal bekend onder de naam ‘dagbesteding’ of ‘dagverzorging’.
Groepsbegeleiding is:
Programmatisch (met een vast dag en/of weekprogramma);
Methodisch (een methode voor werken met de doelgroep als basis) met een welomschreven doel;
Vraagt actieve betrokkenheid van de cliënt;
Gericht op het structureren van de dag, oefenen met vaardigheden, die de zelfredzaamheid bevorderen.
Begeleiding is nadrukkelijk anders dan welzijnsactiviteiten; ook al bevatten welzijnsactiviteiten wel elementen die in begeleiding voorkomen. Voor veel cliënten kan deelname aan welzijnsactiviteiten voldoende zijn om structuur te bieden aan de dag en medemensen te ontmoeten. Groepsbegeleiding ondersteunt cliënten die door hun cognitieve beperkingen, ernstig fysieke beperkingen of gedragsproblematiek een dergelijke dag structurering, gericht op het verbeteren of behouden van capaciteiten en/of het reguleren van gedragsproblemen nodig hebben.
De doelstellingen van dagbesteding zijn:
Stimuleren van sociale contacten;
Voorkomen van sociaal isolement;
Ontlasten van mantelzorgers;
Leren omgaan met fysieke en/of cognitieve beperkingen;
Handhaven en bevorderen van zo zelfstandig mogelijk functioneren;
Voorkomen van achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden; en
Aanleren en/of onderhouden van arbeidsvaardigheden afgestemd op de interesses en mogelijkheden van de betrokkenen.
Dagbesteding is gericht op het bevorderen, het behoud of het compenseren van de zelfredzaamheid van de cliënt. Bij zelfredzaamheid gaat het om de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden, die de cliënt in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren.
Individuele begeleiding kent vele vormen. Het kan zijn:
Toezicht of aansturing bij activiteiten (zowel thuis als buitenshuis) op het gebied van praktische vaardigheden;
Ondersteuning bij het aanbrengen van structuur c.q. het voeren van regie;
Oefenen van in behandeling aangeleerde vaardigheden of gedrag;
Ondersteuning bij het organiseren van het dagelijks leven (huishouden, agenda, administratie, geldzaken, regelzaken etc.); dan wordt het vaak ‘thuisbegeleiding’ genoemd
Individuele Begeleiding is gericht op het bevorderen, het behoud van of het compenseren van zelfredzaamheid van de cliënt. Bij zelfredzaamheid gaat het om de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die de cliënt in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren.
Het kan gaan om het compenseren of actief herstellen van het beperkte of afwezige regelvermogen van de cliënt, waardoor hij/zij onvoldoende of geen regie over het eigen leven kan voeren. Het kan dan gaan om zaken als het helpen plannen van activiteiten, het regelen van dagelijkse zaken of het nemen van besluiten en het structureren van de dag. Maar ook om het bieden van praktische hulp en het ondersteunen bij het uitvoeren of het oefenen van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid tot doel hebben.
De doelen voor individuele begeleiding zijn:
Organiseren van deelname aan activiteiten in het dagelijks leven;
Ondersteunen bij het voeren van een huishouding waaronder een financieel gezonde situatie, een gezonde administratie, etc.;
Stimuleren van sociale contacten en voorkomen van een sociaal isolement;
Stimuleren van eigen verzorging door de Cliënt waar dat mogelijk is en waarbij de Cliënt zoveel mogelijk zelf de regie behoudt over de verzorging.
Zowel bij Individuele begeleiding als Groepsbegeleiding worden drie niveaus onderscheiden: licht (stimuleren), middel (helpen bij) en zwaar (overnemen en regie).
Het in te zetten niveau van Individuele begeleiding of Groepsbegeleiding wordt bepaald aan de hand van de uitkomsten van de Zelfredzaamheidsmatrix zoals die in het onderzoek is gebruikt om de ondersteuningsbehoefte integraal en levens breed in kaart te brengen. Er wordt gekeken naar het gemiddelde van de leefgebieden 5 Zie bijlage 4 – ‘Omschrijving Leefgebieden’ die niet volledig zelfredzaam zijn en waarvoor de betreffende maatwerkvoorziening wordt ingezet. De Zelfredzaamheidsmatrix loopt in 5 stappen van volledig zelfredzaam (5) naar acute problematiek (1). De tussenliggende niveaus – voldoende zelfredzaam (4), beperkt zelfredzaam (3) en niet zelfredzaam (2)- corresponderen resp. met de niveaus begeleiding licht, midden en zwaar. Naarmate een leefgebied relevanter is voor de specifieke maatwerkvoorziening kan deze zwaarder wegen. Het gaat dus om een gewogen score die wordt gemaakt en gemotiveerd.
Het niveau van de leefgebieden en de gewogen score worden aan de aanbieder overlegd. De aanbieder biedt ondersteuning aan afgestemd op het niveau van de verschillende leefgebieden. Het doel is resultaatgericht zoveel mogelijk toe te werken naar stap 5 - volledig zelfredzaam. Een tussentijdse evaluatie zal plaatsvinden om de voortgang te toetsen en de indicatie desgewenst bij te stellen.
Bij een indicatie voor Begeleiding Groep zal ook worden onderzocht of de cliënt in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Wanneer een cliënt in staat is met het openbaar vervoer te reizen (eventueel na oefenen onder begeleiding) of met de fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorg of vrijwilliger, indien beschikbaar) de dagbesteding kan bereiken dan is dat uiteraard voorliggend. Wanneer dit niet mogelijk is zal vervoer van en naar de dagbesteding worden geïndiceerd. De aanbieders van dagbesteding zijn dan verantwoordelijk voor het organiseren van het vervoer. In de overeenkomsten met de aanbieders van dagbesteding zijn de eisen vastgelegd waaraan het vervoer moet voldoen zodat dit veilig en passend is.
Wanneer er medisch gezien toezicht nodig is dan kan hiervoor een beroep gedaan worden op de zorgverzekeringswet.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2.5
Begeleiding
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Uithoorn 2017