Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 12.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2018 gemeente Schiermonnikoog

1. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet wordt afgestemd op de periode die de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer een beroep op bijstand moet doen. 2. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 25% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een periode korter dan drie maanden; b. 25% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een periode van drie tot zes maanden; c. 25% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden bij een periode van zes maanden of langer. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de verlaging 75% gedurende zes maanden indien het een jongere als bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel c van de Participatiewet betreft en deze jongere voorafgaand aan of tijdens de bijstandsverlening zich niet of onvoldoende heeft ingespannen om uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs te volgen. Artikel 5 van deze verordening is niet van toepassing. De verlaging wordt toegepast met ingang van de ingangsdatum van bijstandsverlening. 4. Voor de jongere die bijstand ontvangt en die zich niet of onvoldoende heeft ingespannen om uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs te volgen is artikel 5 van deze verordening wel van toepassing. .

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel