**1..** De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode met het vaststellen van de eerste begroting de programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.
**2..** De raad stelt op voorstel van het college per programma vast:
de beoogde maatschappelijke effecten (outcome): wat willen we bereiken?
de wijze waarop ernaar gestreefd wordt de maatschappelijke effecten te bereiken: wat zijn de maatschappelijke doelen?
de lasten (input) en de baten: wat mag het kosten en wat moet het opbrengen?
de risico’s die het bereiken van de doelen mogelijk in de weg staan: wat zijn de risico’s en de te treffen maatregelen?
**3..** De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleids- en effectindicatoren voor de beoogde maatschappelijke effecten vast.
**4..** De programmabegroting en het overzicht van de taakvelden worden jaarlijks voor 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de raad aangeboden.
**5..** Het college zorgt ervoor, dat al het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting en de meerjarenramingen is opgenomen.
**6..** De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de totale lasten en baten per programma en de daaraan verbonden reservemutaties, het overzicht algemene dekkingsmiddelen, het overzicht overhead, de aanwending van voorzieningen en vermeerderingen in langlopende schulden.
**7..** Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad op voorstel van het college aan van welke investeringen de raad op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiele positie geautoriseerd.
**8..** Investeringsvoorstellen met een dekking uit het Reserve Investeringsfonds 2030 vergen altijd een afzonderlijk raadsbesluit.
**9..** Aanpassing van beleid met financiële gevolgen (na vaststelling van de progammabegroting) voor exploitatie, investeringen en voorzieningen wordt vooraf aan de raad ter vaststelling voorgelegd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.