In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Peuter: een kind in de leeftijd vanaf tweeëneenhalf jaar en tot vier jaar oud;
Peuteropvang: een dagbesteding voor peuters, die voldoet aan de eisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, zoals geïnspecteerd door de Inspectie Kinderopvang;
Ouders: de ouder(s) van, of voogdij-hebbende volwassene(n) over een peuter;
Kinderopvangtoeslag: Een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang voor ouders van wie het kind naar erkende kinderopvang gaat. De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt af van:
het aantal kinderen dat naar de opvang gaat;
het soort opvang;
het aantal opvanguren;
het uurtarief;
het (gezamenlijke) inkomen.
Om in aanmerking te komen voor kinderopvangtoeslag dienen beide ouders te werken, een traject naar werk te volgen of een opleiding of inburgeringscursus te volgen;
Peuteropvangvoorziening: de uitvoerende organisatie van peuteropvang. Zij kunnen meerdere locaties peuteropvang hebben, en deze eventueel nog delen met het bieden van andere diensten, zoals bijvoorbeeld kinderopvang of naschoolse opvang;
VVE: afkorting voor Voor- en Vroegschoolse Educatie. Om kinderen met een (taal)achterstand te ondersteunen zijn gemeenten wettelijk verplicht voldoende plekken te creëren in peuterspeelzalen en/of kinderopvang waar kinderen kunnen deelnemen aan voorschoolse educatie. VVE richt zich niet alleen op de taalontwikkeling, maar ook op andere ontwikkelingsgebieden. Het gaat om de:
Taalontwikkeling: die wordt gericht gestimuleerd door het vergroten van de woordenschat en het stimuleren van de taalvaardigheid.
Beginnende rekenvaardigheid, zoals het leren tellen, het meten en de oriëntatie in ruimte en tijd.
Motorische ontwikkeling: het ontwikkelen van grove en fijne motoriek staat hier centraal.
Sociaal-emotionele ontwikkeling: zoals het stimuleren van zelfstandigheid, zelfvertrouwen en samen spelen en werken.
Artikel 1.