Naar hoofdinhoud
1.. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens het door haar vastgestelde onderzoeksprogramma. 2.. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.. De rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. 4.. De rekenkamercommissie is bij gemeenschappelijke regelingen bevoegd bij alle leden van het bestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken, voor zover vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling. 5.. De rekenkamercommissie vergadert zoveel als zij nodig acht ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. 6.. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 7.. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 8.. De rekenkamercommissie kan, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. 9.. De rekenkamercommissie kan besluiten dat een of meer leden zelf een onderzoek uitvoeren of dat een lid als projectleider fungeert van door derden uit te voeren onderzoek. De rekenkamercommissie doet van een dergelijk besluit direct schriftelijk mededeling aan de raad. In deze mededeling vermeldt de rekenkamercommissie de overwegingen die aan haar besluit ten grondslag liggen en de daarvoor geraamde kosten, gebaseerd op de vergoeding genoemd in artikel 6, derde lid. 10.. De rekenkamercommissie zal zo vaak als nodig, op uitnodiging van de auditcommissie, overleg hebben met de auditcommissie. 11.. De rekenkamercommissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken en maximaal vier weken bedraagt, de juistheid van feiten en gegevens in een concept-onderzoekrapport na te gaan en aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken (het zogenaamde ambtelijk wederhoor). Betrokkenen zijn in ieder geval degenen wier taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. 12.. Na het verstrijken van de overeenkomstig het tiende lid vastgestelde termijn stelt de rekenkamercommissie de nota met conclusies en aanbevelingen op en zendt deze samen met het ontwerp-rapport naar het college met het verzoek om een bestuurlijke reactie. De rekenkamercommissie kan beslissen de nota met conclusies en aanbevelingen op hetzelfde moment ter informatie aan de raad toe te sturen. Het college doet de rekenkamercommissie zijn reactie binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn, die tenminste twee weken en maximaal vier weken bedraagt, toekomen. 13.. Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport, de nota met conclusies en aanbevelingen (ook wel bestuurlijke nota genoemd) en de bestuurlijke reactie zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en andere betrokkenen, als eerste aan de raad aangeboden. 14.. De rekenkamercommissie stelt elk jaar een jaarplan (uiterlijk in november in het voorafgaande jaar) en jaarverslag (uiterlijk in maart van het opvolgende jaar) op, die naar de raad worden gestuurd. De rekenkamercommissie presenteert het jaarverslag en het jaarplan aan de auditcommissie. Het is aan de raad om te beslissen over eventuele behandeling van het jaarplan en het jaarverslag in de raad(scommissie). De rekenkamercommissie verantwoordt in het jaarverslag in ieder geval per onderzoek het bedrag dat daadwerkelijk is vergoed aan ieder afzonderlijk lid van de rekenkamercommissie, dat een opdracht heeft uitgevoerd als bedoeld in het achtste lid. 15.. Om de vier jaar zal een evaluatie van de rekenkamercommissie plaatsvinden. De auditcommissie zal als opdrachtgever en contactpersoon van dit onderzoek optreden. De evaluatie zal ten laste komen van het budget van de rekenkamercommissie. 16.. De auditcommissie dient namens de raad als klankbord voor het functioneren van de rekenkamercommissie. De rekenkamercommissie overlegt periodiek met de auditcommissie over onder meer de planning en uitvoering van haar werkzaamheden. De auditcommissie adviseert waar nodig de raad hierover.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel