Naar hoofdinhoud
1.. De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in het daarop volgende jaar. 2.. De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 4. 3.. Het beroep op de opgebouwde reserve komt tot uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 8. 4.. De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. 5.. Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere. 6.. Bij splitsing van een fractie heeft de nieuw ontstane fractie geen recht op (een deel van) eventuele reserves van de fractie waaruit zij ontstaan is

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel