De bestuurlijke boete wordt ten hoogste vastgesteld op een bedrag dat overeenkomt met twintig procent van de, eventueel fictief, voor de inburgeringsplichtige geldende bijstandsnorm, indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.
De bestuurlijke boete wordt ten hoogste vastgesteld op een bedrag dat overeenkomt met vijftig procent van de, eventueel fictief, voor de inburgeringsplichtige geldende bijstandsnorm, indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.
De bestuurlijke boete wordt ten hoogste vastgesteld op een bedrag dat overeenkomt met vijftig procent van de, eventueel fictief, voor de inburgeringsplichtige geldende bijstandsnorm, indien de inburgeringsplichtige aan wie een aanbod is gedaan of die zelf verantwoordelijk is voor de inburgering, het inburgeringsexamen niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn heeft behaald.
Hoofdstuk 4.
Artikel 10
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Emmen 2007