Naar hoofdinhoud
1.. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een begrotingsindeling voor de raadsperiode vast. 2.. De raad stelt de onderverdeling van de begroting naar doelstellingen, taakvelden en producten voor de raadsperiode vast. Indien wijzigingen noodzakelijk zijn, worden deze bij de programmabegroting expliciet vermeld en in het geval van aanpassingen op het niveau van de doelstelling aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. 3.. De raad stelt per doelstelling vast: de beoogde maatschappelijke effecten en prestaties en, naast de voorgeschreven beleidsindicatoren (BBV), zelf gekozen indicatoren en streefcijfers om dit meetbaar te maken; de baten en lasten, stortingen en onttrekkingen; de investeringen in het investeringsprogramma. 4.. De raad stelt in ieder geval bij aanvang van de raadsperiode vast over welke onderwerpen een extra paragraaf – naast de verplichte paragrafen – wordt opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel