Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 10

Woonbestemming

Onderdeel van Leefmilieuverordening Akerstraat en omgeving

1.. Het is verboden al dan niet door middel van bouwen of verbouwen de inrichting en/of het gebruik van een gebouw geheel of gedeeltelijk te (laten) wijzigen ten behoeve van het realiseren van een andere dan de woonbestemming. Dit verbod is niet van toepassing ten aanzien van een kantoorgebouw in of ten behoeve van een woning mits de hoofdfunctie "wonen" blijft gehandhaafd. Hiervan is sprake indien het pand voor minimaal 2/3 deel tot bewoning bestemd blijft. Onder kantoorgebouw wordt in dit verband mede verstaan een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat blijkens zijn constructie en inrichting is bestemd voor het uitoefenen van (neven)werkzaamheden aan huis. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod voorzover zulks niet leidt tot een achteruitgang van de woon-en werkomstandigheden in of het uiterlijk aanzien van het gebied waarvoor dit verbod van kracht is. 3.. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het in het eerste lid bepaalde indien: a. het gebouw qua aard en ligging ongeschikt is voor de functie "wonen"; b. de vestiging van een bijzondere winkelformule aan de orde is, welke van belang is voor en een goede aanvulling betekent op het bestaande voorzieningenniveau.

Rechtspraak bij dit artikel