Naar hoofdinhoud

Afdeling I

Artikel A

Artikel A

Onderdeel van Parkeerverordening gemeente Kerkrade 1993

In deze verordening wordt verstaan onder: a. vervallen; b. het RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459; c. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; d. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; e. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moeten worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; f. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder p arkeerapparatuur wordt verstaan; g. parkeerapparatuurplaats: parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; h. belanghebbendenplaats: 1. een parkeerplaats, die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of 2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voorzover deze plaats niet is uitgezonderd. i. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; j. vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel