Gemeenten hebben een inkomens-bestedend karakter, wat betekent dat de exploitatie (begroting en meerjarenraming) voorop staat. Dit in tegenstelling tot organisaties in de private sector, waar het accent ligt op inkomensverwerving en vermogensvorming. Dat neemt niet weg dat het (eigen)vermogen van gemeenten een belangrijk onderdeel uitmaakt van de financiële positie als buffer of om te sparen. De financiële positie van gemeenten staat volop in de belangstelling. Een goed inzicht is noodzakelijk om op een adequate wijze te kunnen beslissen, sturen en beheersen.
Gemeentelijke reserves en voorzieningen behoren tot het financiële vermogen van de gemeente. De keuzes hoe hiermee om te gaan liggen bij de raad.
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden in de artikelen 43 en 44 de begrippen reserves en voorzieningen nader gedefinieerd en toegelicht. Een belangrijk verschil is dat (bestemmings-)reserves behoren tot het eigen vermogen en dat voorzieningen tot het vreemd vermogen gerekend worden.
De belangrijkste kenmerken van reserves en voorzieningen kunnen als volgt worden gegeven:
Reserves
Voorzieningen
Onderdeel van eigen vermogen
Onderdeel van vreemd vermogen
Vrij besteedbaar (door de raad)
Verplichte bestedingsrichting (verplichtingen, risico’s en egalisatie van bepaalde lasten)
Vorming in resultaatbestemmende deel van de begroting (mutatie reserves)
Vorming in het resultaatbepalende deel van de begroting (rechtstreeks op taakvelden)
Raad beschikt over de reserves
College beschikt over de voorzieningen