Planning & control moet gezien worden in een brede context. In de gemeente zijn de volgende aspecten bepalend voor deze context.
2.1. THEORIE
In Nederland geldt een gedecentraliseerd openbaar bestuur. Regeling en bestuur vinden plaats vanuit verschillende overheidsgeledingen, waaronder gemeenten. Aan deze gemeenten zijn rijkstaken gedecentraliseerd. Daarnaast vormen gemeenten eigen beleid, afgestemd op de lokale situatie. Op grond van het democratisch stelsel geeft de plaatselijke bevolking aan de door hen gekozen gemeenteraad een machtiging af om deze taken op een doelmatige en doeltreffende manier uit te voeren. Doelmatigheid betreft dan de vraag of men binnen het kader van de gekozen beleidsbeslissing zo efficiënt mogelijk te werk is gegaan. Bij doeltreffendheid gaat het er om of het gekozen beleid ook de gewenste effecten heeft bereikt. Het is dus logisch dat vanuit de burgers druk wordt uitgeoefend om doeltreffend en doelmatig om te gaan met de schaarse gemeentelijke middelen en daar waar verspilling of ondoeltreffend beleid zich voordoet in te grijpen. Het zijn van een transparante organisatie is de kern van de publieke verantwoording. Om dit te bereiken, moeten de gemeentelijke prestaties, de organisatie en de werkwijze voor de burgers zichtbaar worden gemaakt. De organisatie van planning & control moet hierop worden gebaseerd.
De publieke verantwoording is op gemeentelijk niveau vormgegeven in het dualistisch stelsel. Onder dualistische verhoudingen stellen gemeenteraadsleden zich in de eerste plaats op als kadersteller en controleur en zijn niet direct bezig met het beheer en de uitvoering. Het budgetrecht is een fundament voor de gemeenteraad, waarbij het accent op de hoofdlijnen ligt. Het college legt de nadruk op het besturen – het beheer en de uitvoering – van de gemeente en het afleggen van verantwoording over de wijze waarop zij het beheer en de uitvoering vorm heeft gegeven en in welke mate dit heeft bijgedragen aan het bereiken van de door de gemeenteraad gestelde doelen.
2.2. INTEGRAAL MANAGEMENT
Een organisatorisch uitgangspunt is het sturingsprincipe integraal management. Een integraal manager binnen de gemeente is verantwoordelijk voor de producten en diensten die zijn of haar afdeling, in opdracht van het politiek bestuur, levert. De integraal manager opereert hiertoe binnen centraal gestelde kaders en heeft hiervoor middelen tot zijn beschikking om de gevraagde resultaten te bereiken. Bij integraal management in de gemeente Waadhoeke is de doelstelling dat verantwoordelijkheden en bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie zijn neergelegd en dat men op de resultaten daarvan wordt aangesproken volgens gemaakte (management)afspraken.
Het komt erop neer dat het college op basis van de doelstellingen die door de gemeenteraad zijn gesteld, activiteiten en resultaten bepaalt en met de integraal managers afspreekt met welke acties en middelen deze gerealiseerd worden. Om dit mogelijk te maken is een goede organisatie van planning & control onmisbaar. Planning & control is van belang om tussen de verschillende partijen –gemeenteraad, college en organisatie– doelen en resultaten overeen te komen en hierover aan elkaar verantwoording af te leggen.
2.3. CULTUUR
Het aspect cultuur kan niet ontbreken in de context van planning & control. Niet alleen de organisatie, instrumenten en processen van planning & control bepalen de feitelijke werking ervan. Ook houding en gedrag zijn in hoge mate bepalend voor een goede werking van planning & control.
Artikel 2.