Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: de wet: Drank-en Horecawet; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de wet; horecabedrijf: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de wet; vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet is verleend; sterke drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de wet; zwakalcoholhoudende drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de wet; alcoholvrije drank: de drank niet zijnde alcoholhoudende drank, sterke drank, zwak-alcoholhoudende drank of wijn; snackbar/cafetaria/croissanterie/broodjeszaak: een inrichting die tot hoofddoel heeft het verstrekken van al dan niet voor consumptie ter plaatse etenswaren zoals belegde broodjes, patat, kroketten en aanverwante etenswaren met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken; paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf; bijeenkomst van persoonlijke aard: bijeenkomst met een veelal feestelijk karakter, die geen verband houdt met de doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties of verjaardagen;

Rechtspraak bij dit artikel