**1..** Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een bewonersvergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen.
**2..** Een bewonersvergunning kan worden verleend aan een eigenaar of houder, die in de Basisregistratie Personen ingeschreven staat in het gebied waarvoor de vergunning wordt verstrekt.
**3..** Het college kan aan een bewonersparkeervergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
**4..** Een parkeervergunning wordt niet verleend indien de aanvrager beschikt over een parkeergelegenheid op eigen terrein, zoals gedefinieerd in artikel 15 van dit besluit, tenzij deze parkeergelegenheid reeds voor het parkeren van een ander motorvoertuig van de aanvrager of van iemand van zijn huishouden in gebruik is.
**5..** Het college kan bewonersvergunningen voor meer dan één gebied geldig verklaren.
**6..** De bewonersvergunning is geldig in het gebied conform de tabel in bijlage 1, zoals is vastgesteld in het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren.
**7..** Per bewoner kan maximaal één vergunning worden verstrekt.
**8..** Na verstrekking van een eerste vergunning geldt de aanvraag door een ander persoon in het huishouden voor een vergunning als een aanvraag van een tweede of volgende vergunning.
**9..** Aan een bewonersvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.
**10..** Het college kan beperkingen opleggen met betrekking tot het aantal keer per jaar dat een kentekenwijziging wordt doorgevoerd.
Artikel 2