a. Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een pgb bij erkende zorginstellingen, een zelfstandige zonder personeel (ZZP) of eenmansbedrijf en niet-professionals.
b. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
1. Onder Instellingstarief wordt verstaan: het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb indien de ingekochte ondersteuning wordt geleverd door gekwalificeerd personeel dat in loondienst is bij een erkende zorginstelling (Blijkend uit registratie Wtzi, contract met zorgverzekeraar, contract met een zorgkantoor, contract met andere gemeente voor het leveren van ondersteuning), waarbij de bij de sector behorende CAO nageleefd wordt. In dit tarief is rekening gehouden met de werkgeverslasten die gebruikelijk zijn voor een dergelijke zorginstelling.
2. Onder ZZP tarief wordt verstaan het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb waarbij de ondersteuning wordt geleverd door een persoon die beroepsmatig is gekwalificeerd voor de betreffende ondersteuning, blijkend uit een diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs. En bij de Belastingdienst en Kamer van Koophandel geregistreerd staat als zelfstandige, eenmansbedrijf of freelancer. Ook personen die werkzaam zijn binnen een collectief van zelfstandig werkende professionals vallen hier onder én zorginstellingen die de in de sector geldende CAO niet naleven. In al deze situaties is sprake van het ontbreken van of minder werkgeverslasten waardoor a.g.v. aannemelijke minder kosten het maximale tarief verlaagd wordt met 18%.
3. Onder informeel tarief wordt verstaan: het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb indien de ondersteuning wordt geleverd door een persoon uit het netwerk van belanghebbende én/of een niet-professionele hulpverlener. Deze vorm van hulp kan onder de Regeling Dienstverlening aan Huis (RDH) vallen, die van kracht is sinds 1 januari 2007. Via deze regeling is de budgethouder gevrijwaard van het afdragen van loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en heeft daarnaast geen administratieve verplichtingen. Het in dit besluit gehanteerde tarief ligt ruim boven het wettelijk minimumloon. Voor individuele begeleiding is aangesloten bij het tarief dat gehanteerd wordt bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals.
4. Om in aanmerking te kunnen komen voor het instellingstarief dienen de volgende documenten aangeleverd te worden:
a. De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van (Wmo)zorg.
b. De melding loonheffingen aanmelding werkgever zoals deze bij de Belastingdienst is ingediend en de bevestiging.
c. Een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW
d. Een overzicht van het aantal gekwalificeerde werknemers die in loondienst zijn van de organisatie waarvan sprake is in lid a.
5. Om in aanmerking te komen voor het ZZP tarief dienen de volgende documenten ingediend te worden:
a. De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van (Wmo)zorg.
b. Een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs.
6. Indien de documenten waarvan sprake is in artikel 3, lid b, onder 4b en/of 4c en/of 4d niet overlegd worden, kan hoogstens het ZZP tarief worden toegekend.
7. Indien de documenten waarvan sprake is in artikel 3, lid b onder 4 en 5 niet overlegd worden is automatisch sprake van het informele tarief.
Hoofdstuk 1
Artikel 3.
Gedifferentieerd tarief
Onderdeel van Nadere regels Wmo, inclusief Financieel besluit 2018 gemeente Utrecht