Indien de uitvoering van de werkzaamheden dat noodzakelijk maakt, verlenen de Colleges en burgemeesters van de Deelnemende gemeenten elkaar mandaat, volmacht en machtiging voor het namens de Opdrachtgevende gemeente nemen van besluiten en voor het aangaan en ondertekenen van verplichtingen die noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voor de Uitvoerende gemeente voortvloeien uit deze Regeling en de in artikel 3, tweede lid bedoelde uitwerkingsovereenkomsten. De reikwijdte en inhoud van het mandaat worden per geval schriftelijk vastgelegd.
De Colleges en burgemeesters van de Opdrachtgevende gemeenten kunnen het in het eerste lid bedoelde mandaat respectievelijk de in het eerste lid bedoelde volmacht en machtiging beperken tot een nader door hen te bepalen maximum bedrag per jaar of per opdracht. Een dergelijke beperking wordt vastgelegd in de Uitwerkingsovereenkomst.