Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieaanvraag dient voorafgaand aan de start van het onderzoek te worden ingediend met het daarvoor bedoelde aanvraagformulier en de voor de beoordeling van de aanvraag relevante bijlagen zoals vermeld op het aanvraagformulier. 2.. De onderzoeksopzet moet voldoen aan de F3O richtlijnen. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt hierop gecontroleerd. De offerte moet daarnaast in elk geval een uitspraak doen over de omvang van de bouwkundige eenheid waar de woning van de aanvrager onderdeel van is, en het aantal inspectieputten dat nodig is om deze bouwkundige eenheid te kunnen beoordelen. 3.. Indien bij de aanvraag een verzamelofferte wordt toegevoegd, dient de offerte gespecificeerd te zijn naar uitwerking van de totale kosten per inspectieput en worden de betreffende panden die met deze put worden onderzocht vermeld. 4.. De aanvraag bij een gezamenlijk uit te voeren funderingsonderzoek wordt door of namens de eigenaren van de te onderzoeken woningen ingediend in de situatie dat de te onderzoeken woningen niet behoren tot een bouwkundige eenheid maar waarbij meerdere woningen conform de richtlijn kunnen worden onderzocht met één inspectieput. Daarbij moet de hoofdaanvrager een eigenaar-bewoner zijn. 5.. Alleen aanvragen die ontvangen zijn vóór 1 januari 2019 worden in behandeling genomen. 6.. De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Is een ingediende aanvraag onvolledig, dan is het mogelijk de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren. De datum waarop de aanvraag volledig is, is de datum van binnenkomst. Andere volledige aanvragen die voor deze datum zijn ingediend gaan dus voor. U kunt alleen aanvragen indienen in de indieningsperiode. Komen er meer aanvragen op een dag binnen, dan volgt een loting voor de volgorde van binnenkomst. Dit geldt alleen als er onvoldoende budget is. 7.. Zo snel mogelijk, doch uiterlijk zes weken na de datum van binnenkomst besluit het college over subsidieverlening.

Rechtspraak bij dit artikel