Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen in natura en per pgb’s

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2018

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura en per pgb, zolang hij van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening(en). 3.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 4.. De bijdrage in de kosten is overeenkomstig de maximale bijdrage zoals genoemd in het landelijke Uitvoeringbesluit Wmo 2015. 5.. Op lid 1 tot en met 4 zijn de volgende uitzonderingen van toepassing: Er is geen bijdrage in de kosten verschuldigd als de voorziening eenmalig is en goedkoper dan € 300,-; Voor huishoudelijke verzorging (HV1) wordt de bijdrage gebaseerd op een uurtarief van € 18,00 vermenigvuldigt met het daadwerkelijk aantal uren ondersteuning; Voor huishoudelijke verzorging (HV2) wordt de bijdrage gebaseerd op een uurtarief van € 19,00 vermenigvuldigt met het daadwerkelijk aantal uren ondersteuning; Voor persoonlijke begeleiding wordt de bijdrage gebaseerd op een uurtarief van € 14,50 vermenigvuldigt met het daadwerkelijk aantal uren ondersteuning; Voor zinvolle dagbesteding wordt de bijdrage gebaseerd op een tarief van € 14,50 vermenigvuldigt met het daadwerkelijk aantal dagdelen ondersteuning; Voor kortdurend verblijf wordt de bijdrage gebaseerd op een tarief van € 14,50 vermenigvuldigt met het daadwerkelijk aantal etmalen ondersteuning. 6.. Voor de bijdrage in de kosten wordt een afschrijvingstermijn van maximaal 39 perioden gehanteerd. 7.. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en; degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 8.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4., zevende lid, van de wet, worden de bijdragen in de kosten voor de maatwerkvoorziening of pgb door de aanbieder van de opvang vastgesteld en geïnd. 9.. In uitzondering op lid 8 is een cliënt in gevallen van (dreigend) huiselijk geweld geen bijdrage in de kosten voor opvang verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel