In aanvulling op artikel 3.2 van de verordening:
Schoon en leefbaar houden van de woning. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), hal, keuken, toilet en badkamer;
thuis te beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften en schone en draagbare kleding. Dit geldt ten aanzien van het doen van boodschappen voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, toiletartikelen en het bereiden en aanreiken van maaltijden, maar ook het wassen, drogen, strijken en opruimen van de was;
thuis kunnen zorgen voor minderjarige kinderen die tot het gezin behoren. Dit geldt ten aanzien van het, zo mogelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen, vervangen van de zorg van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt.
Het voeren van regie over het doen van het huishouden. De cliënt voert zelf de regie over het doen van het huishouden. Indien een cliënt dat niet kan, maar wel kan leren is dat het doel van de tijdelijke ondersteuning waarbij samen met de cliënt de activiteiten worden uitgevoerd. Als een cliënt geen regie meer kan voeren dan wordt deze overgenomen.
Normaal kunnen gebruiken en bereiken van de woning, Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken, toilet en badkamer, balkon en indien noodzakelijk eventueel de aanwezige berging;
Zelfstandig verplaatsen in en om de woning geeft hulp bij het kunnen bereiken van de woonkamer, het slaapvertrek en/ of slaapvertrekken, het toilet en de douche, de keuken, de tuin of het balkon en er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is.
Lokaal verplaatsen per vervoermiddel geeft hulp bij het doen van dagelijkse boodschappen en het bezoeken van familie en kennissen, alles binnen de directe woon- en leefomgeving;
Mensen ontmoeten, deelnemen aan sociale activiteiten en sociale verbanden aangaan geeft hulp bij het deel kunnen nemen aan maatschappelijke activiteiten en het afleggen van bezoeken, die nodig zijn voor het onderhouden van wezenlijke sociale contacten.
De resultaatgebieden zoals genoemd in artikel 3.2, lid 1, onderdeel i tot en met n, van de verordening, bieden activiteiten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid, zodat iemand zelfstandig thuis kan wonen en verwaarlozing wordt voorkomen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1