Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. De bijdrage is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en de samenstelling van zijn huishouden. 2.. Voor alle maatwerkvoorzieningen, geleverd in de vorm van natura of in de vorm van een pgb is een eigen bijdrage verschuldigd, met uitzondering van: (sport) rolstoel; maatwerkvoorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar; als de maatwerkvoorziening gerealiseerd wordt in een woongebouw waarvan de woning van cliënt onderdeel uitmaakt, én voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw; financiële tegemoetkoming; de kostprijs van de eenmalig te verstrekken maatwerkvoorziening lager is dan € 250,=; alle gevallen zoals omschreven in de wet evenals artikel 3.8, lid 4 van het uitvoeringsbesluit Wmo. 3.. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 4.. De CAK tabel waarbij de bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages staan beschreven die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage worden vermeldt in artikel 3.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en zijn te vinden in de beleidsregels Wmo. 5.. De in het derde lid genoemde bijdragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2017 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. 6.. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. 7.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 8.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd, de voorziening maatschappelijke opvang uitgezonderd. 9.. Voor de volgende immateriële voorzieningen wordt een eigen bijdrage gevraagd, zo lang als de hulp/zorg geleverd wordt: Begeleiding individueel, maximaal € 14,20 per uur; Begeleiding groep, maximaal € 14,20 per dagdeel; Kortdurend verblijf (logeren), maximaal € 42,60 per etmaal; Hulp bij het huishouden HH 1, maximaal € 23,74 per uur; Hulp bij het huishouden HH 2, maximaal € 28,49 per uur Begeleiding voor zintuigelijk gehandicapten, maximaal € 14,20 per uur. 10.. Voor maatwerkvoorzieningen in bruikleen en woningaanpassingen wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht gelijk aan 100% van de kostprijs van de voorziening. De eigen bijdrage is verschuldigd gedurende vastgestelde levensduur van de maatwerkvoorziening. 11.. In het geval van her-verstrekking wordt de kostprijs van de maatwerkvoorziening bepaald op basis van de restwaarde. 12.. De eigen bijdrage voor personen die verblijven in een instelling voor beschermd wonen wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 3.11 tot en met 3.19 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De bijdrage is onder andere afhankelijk van inkomen en vermogen van cliënt. 13.. In aanvulling op lid 1 geldt voor de eigen bijdrage voor personen die verblijven in een instelling voor maatschappelijke opvang de bepaling over zak- en kleedgeld en zorgtoeslag ingevolge artikel 3.20 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 14.. De eigen bijdrage mag niet worden betaald uit het pgb. 15.. Bij overname van een voorziening van een andere gemeente is voor het overnamebedrag een eigen bijdrage verschuldigd, voor zover de voorziening nog niet is afgeschreven. De eigen bijdrage wordt berekend over de restwaarde van de voorziening. 16.. Indien de indicatie regiotaxi wordt toegekend ontvangt de cliënt een vervoerspas. Met de vervoerspas kan de cliënt 600 zones per jaar reizen tegen een gereduceerd tarief. Indien andere vervoersvoorzieningen zijn toegekend wordt maximaal 200 zones toegekend. Voor de opstapzone en de eerste drie gereisde zones per rit geldt een gereduceerd tarief. Het opstaptarief bedraagt € 0,70 (gereduceerd tarief). Voor gebruik van de regiotaxi is de cliënt per verreden zone een ritbijdrage verschuldigd van € 0,70; voor de vierde en vijfde zone van eenzelfde rit geldt het dubbele tarief. De in het vorige lid bedoelde ritbijdrage is van toepassing op het toegekende maximum aantal zones per jaar. 17.. Ouders van een minderjarige cliënt wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor een woningaanpassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel