Naar hoofdinhoud
Een medewerker heeft recht op maximaal 2 dagen calamiteitenverlof bij plotselinge problemen in het privéleven, die onmiddellijk moeten worden opgelost. Als zowel aan de voorwaarden van calamiteiten verlof wordt voldaan als aan de voorwaarden van kortdurend zorgverlof, dan eindigt het calamiteiten verlof na één dag en gaat het over in kortdurend zorgverlof. Een medewerker heeft op grond van de WAZO per jaar recht op maximaal tweemaal de arbeidsduur per week kortdurend zorgverlof voor de verzorging van: de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie de medewerker ongehuwd samenwoont; een kind tot wie de medewerker als ouder in een familierechtelijke betrekking staat; een kind van de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie de medewerker ongehuwd samenwoont; een pleegkind dat blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als de medewerker en dat hij als pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verzorgt; een bloedverwant in de eerste of tweede graad (ouders, adoptieouders, (adoptie)kinderen, grootouders, kleinkinderen, broers en zussen degene die, zonder dat er sprake is van een arbeidsrelatie, deel uitmaakt van de huishouding van de medewerker; of degene met wie de medewerker anderszins een sociale relatie heeft, voor zover de te verlenen verzorging rechtstreeks voortvloeit uit die relatie en redelijkerwijs door de werknemer moet worden verleend. Kortdurend zorgverlof komt, vanaf het moment van opname, direct voor de helft voor rekening van de werkgever en voor de helft voor rekening van de medewerker. Zwaarwegend dienstbelang kan een reden zijn om het verlof niet te verlenen of om het verlof te beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel