Naar hoofdinhoud
Na de geboorte van een kind heeft de een partner onvoorwaardelijk recht op drie dagen onbetaald ouderschapsverlof, bovenop de twee dagen betaald kraamverlof. Op grond van de WAZO heeft de medewerker recht op ouderschapsverlof als hij/zij ouder is van of verantwoordelijk is voor een inwonend kind in de leeftijd tot 8 jaar en niet eerder voor dit kind bij een andere werkgever ouderschapsverlof heeft genoten. Het aantal uren waarop een medewerker per kind recht heeft is ten hoogste 26 x de arbeidsduur per week. De medewerker heeft maximaal recht op 13 x de arbeidsduur per week aan betaald ouderschapsverlof. Over de tijd waarin de medewerker betaald ouderschapsverlof geniet zijn de volgende maximale doorbetalingspercentages vastgesteld: Schaal Percentage loondoorbetaling 1 90 % 2 85 % 3 80 % 4 70 % 5 60 % 6 en hoger 50 % Het ouderschapsverlof wordt, in overleg met de leidinggevende opgenomen. De medewerker moet het verzoek om ouderschapsverlof tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum van het verlof indienen en dient voorafgaand aan de ingangsdatum de overeenkomst ouderschapsverlof te ondertekenen. In het geval van onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld een plotseling zieke partner) is de termijn, genoemd in lid 5, niet meer van toepassing. De medewerker mag tijdens het ouderschapsverlof geen andere betaalde arbeid verrichten. Als de medewerker verantwoordelijk is voor de verzorging van een tweeling of een meerling, heeft hij recht op betaald ouderschapsverlof voor één kind. Op grond van de WAZO bestaat er voor het tweede kind of de andere kinderen wel recht op onbetaald ouderschapsverlof. De medewerker kan op grond van onvoorziene omstandigheden een verzoek indienen om toegekend ouderschapsverlof niet op te nemen. Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet, stemt de werkgeverscommissie hiermee in. Instemming heeft tot gevolg dat het resterende ouderschapsverlof wordt opgeschort.

Rechtspraak bij dit artikel