Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Recht op individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Kerkrade 2018

1.. Recht op de individuele inkomenstoeslag heeft de belanghebbende die op de peildatum geen zicht heeft op inkomensverbetering, waarbij lid 2 van dit artikel en artikel 6 van deze beleidsregel niet van toepassing zijn en: a. die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 in de WIA, of b. die op grond van artikel 9a van de wet een ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling heeft, of c. die op grond van artikel 6b van de wet medisch urenbeperkt is en waarop een vrijlating van inkomsten zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder z van toepassing is, of d. die op grond van artikel 9 tweede lid van de wet een tijdelijke ontheffing heeft en waarbij lid 2 van dit artikel niet van toepassing is, of e. waarvan is vastgesteld dat er uitzicht is op inkomensverbetering, en belanghebbende inspanningen verricht heeft om tot inkomensverbetering te komen en waarbij lid 2 van dit artikel niet van toepassing is. 2.. Een individuele inkomenstoeslag wordt niet toegekend als belanghebbende in de afgelopen 36 maanden: a. wegens een gedraging zoals genoemd in artikel 18, vierde lid van de wet een maatregel opgelegd heeft gekregen, of b. wegens een gedraging zoals bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de Afstemmingsverordening een maatregel opgelegd heeft gekregen, of c. wegens een gedraging zoals genoemd in artikel 18b, eerste lid van de wet een maatregel opgelegd heeft gekregen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel