Naar hoofdinhoud
1.. Het college ziet af van een bestuurlijk boete en volstaat met het geven van een schriftelijke waarschuwing, als bedoeld in artikel 2aa van het Boetebesluit, indien: a. de overtreding van de inlichtingenverplichting niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, of b. de betrokkene wel inlichtingen heeft verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld heeft gemeld, maar uit eigen beweging alsnog binnen een redelijke termijn de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de betrokkene deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting. 2.. Een redelijke termijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is niet langer dan 60 dagen nadat de inlichtingen hadden behoren te worden verstrekt. 3.. Aanvullend op lid 1 wordt aan belanghebbende een bijzondere verplichting opgelegd op grond van artikel 55 van de Wet. Belanghebbende wordt verplicht om zijn of haar rechten en plichten opnieuw uitgelegd te krijgen.

Rechtspraak bij dit artikel