Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
“vaartuig”: vaartuig in de zin van de Havenverordening;
“schipper” schipper in de zin van de Havenverordening;
“havenmeester”: havenmeester in de zin van de Havenverordening;
“gemeentelijk vaarwater”: gemeentelijk vaarwater in de zin van de Havenverordening;
Week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;
Reis: het binnenkomen en ligplaats kiezen van een vaartuig bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van zaken in, en het weer verlaten van het gemeentelijk vaarwater;
Vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van zaken en als vrachtschip op de meetbrief is aangemerkt;
Waterverplaatsing: de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing bij de grootste toegelaten diepgang van het vaartuig op de Twentekanalen volgens een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief, waarbij 1.000 kg laadvermogen gelijkgesteld wordt met 1 m3 waterverplaatsing;
meetbrief: het document als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981;
sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen.
Hoofdstuk 1
Artikel 2.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2018