Naar hoofdinhoud

Artikel 80

Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen

Onderdeel van Leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen Ridderkerk

In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen.. Een eenmaal ingestelde vervolging voor één of meer van de vervallen termijnen van de belastingaanslag wordt met dezelfde voortvarendheid voltooid als de eindvervolging. Als echter moet worden overgegaan tot lijfsdwang voor alle tot het moment van tenuitvoerlegging vervallen termijnen, dan kunnen in die tenuitvoerlegging niet worden begrepen de termijnen die zijn vervallen na de termijn(en) waarvoor het dwangbevel is uitgevaardigd. Voor die nader vervallen termijnen moet wel eerst een aanmaning worden verzonden. Waarna voor die termijnen een eigen dwangbevel kan worden uitgevaardigd. Het overgangsrecht met betrekking tot Afdeling 4.4.1 van de Awb (Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling) bepaalt kort gezegd het volgende. Op een betalingsverplichting die is vastgesteld of ontstaan voor 1 juli 2009 geldt het recht van voor die datum. Voor betalingsverplichtingen van na 1 juli 2009 geldt de genoemde afdeling 4.4.1. Bij aanslagbelastingen geldt als moment van vaststelling de datum van dagtekening van de aanslag. Bij aangiftebelastingen wordt voor het moment van vaststelling aangesloten bij de dagtekening van de naheffingsaanslag. Deze leidraad treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. Deze leidraad kan worden aangehaald als ”Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2017”

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel