Naar hoofdinhoud
Het college stelt voor deze nadere regels een subsidieplafond vast van € 3.600.000,-. De subsidieverlening voor peuterplekken geschiedt volgens een aantal verdeelcriteria. Deze zijn in volgorde van prioriteit: Aanvragen van houders voor een peuterspeelzaallocatie waarvoor deze houder in 2017 gemeentelijke subsidie peuterspeelzaalwerk heeft ontvangen. Het aantal aan te vragen plekken per houder bedraagt maximaal het aantal plekken dat houder volgens de kwartaalrapportage van 1 oktober 2017 had gerealiseerd, uitgesplitst naar de categorieën ‘regulier zonder kinderopvangtoeslag’,’ VVE met kinderopvangtoeslag’ en ‘VVE zonder kinderopvangtoeslag’, plus een maximale extra marge van 15 procent van het aantal gerapporteerde plekken per categorie. Indien voor een houder geldt dat de aantallen gerealiseerde peuterplekken op 1 oktober 2017 aanmerkelijk lager zijn dat het aantal gerealiseerde peuterplekken op 1 december 2017, kan de subsidieaanvraag gebaseerd worden op de aantallen uit kwartaalrapportage van 1 december 2017. Aanvragen voor nieuwe peuterspeelzaallocaties van houders die in 2017 gemeentelijke subsidie peuterspeelzaalwerk hebben ontvangen. Deze aanvragen worden geprioriteerd op basis van het percentage gewichtenleerlingen op de basisschool waarmee samengewerkt wordt of gaat worden. Dit percentage gewichtenleerlingen wordt vastgesteld op basis van de meest actuele beschikbare gegevens van DUO (indien beschikbaar op 1 december 2017 hanteren we teldatum 1 oktober 2017, anders teldatum 1 oktober 2016). Daarbij geldt: hoe hoger het percentage gewichtenleerlingen, hoe hoger de prioriteit. Indien een peuterspeelzaalwerklocatie met meerdere basisscholen samenwerkt, dan is het getal van de school met het hoogste percentage gewichtenleerlingen bepalend. Indien de waarde gelijk uitvalt, en het subsidieplafond is nog niet bereikt, krijgt de aanvraag van een peuterspeelzaallocatie die op de vroegste datum start met gesubsidieerd peuterspeelzaalwerk de hoogste prioriteit. Indien de waarde dan nog gelijk uitvalt en het subsidieplafond is nog niet bereikt, krijgt de aanvraag van een peuterspeelzaallocatie in of direct naast een basisschool de hoogste prioriteit. Indien ook dan de waarde gelijk uitvalt, wordt het beschikbare budget gelijk verdeeld over de betreffende aanvragen. Aanvragen voor nieuwe peuterspeelzaallocaties van houders die in 2017 geen gemeentelijke subsidie peuterspeelzaalwerk ontvingen. Deze aanvragen worden geprioriteerd op basis van het percentage gewichtenleerlingen op de basisschool waarmee samengewerkt wordt of gaat worden. Dit percentage gewichtenleerlingen wordt vastgesteld op basis van de meest actuele beschikbare gegevens van DUO (indien beschikbaar op 1 december 2017 hanteren we teldatum 1 oktober 2017, anders teldatum 1 oktober 2016). Daarbij geldt: hoe hoger het percentage gewichtenleerlingen, hoe hoger de prioriteit. Indien een peuterspeelzaallocatie met meerdere basisscholen samenwerkt, dan is het getal van de school met het hoogste percentage gewichtenleerlingen bepalend. Indien de waarde gelijk uitvalt, en het subsidieplafond is nog niet bereikt, krijgt de aanvraag van een peuterspeelzaallocatie die op de vroegste datum start met gesubsidieerd peuterspeelzaalwerk de hoogste prioriteit. Indien de waarde dan nog gelijk uitvalt en het subsidieplafond is nog niet bereikt, krijgt de aanvraag van een peuterspeelzaallocatie in of direct naast een basisschool de hoogste prioriteit. Indien ook dan de waarde gelijk uitvalt, wordt het beschikbare budget gelijk verdeeld over de betreffende aanvragen.

Rechtspraak bij dit artikel