Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.

Artikel 17.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIE MIDDEN-GRONINGEN 2018

Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over geagendeerde onderwerpen. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, wordt geadviseerd dit van te voren schriftelijk dan wel telefonisch te melden aan de (commissie)griffier. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. De totale spreektijd voor burgers is gemaximeerd op 60 minuten. Het spreekrecht dient zich te beperken tot een relevante bijdrage, dit ter beoordeling van de commissievoorzitter. De spreker voert het woord uitsluitend over het in behandeling zijnde agendapunt, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. Elke spreker voert hoogstens vijf minuten het woord en stopt met spreken, zodra de commissievoorzitter hem op het verstrijken van zijn spreektijd wijst. In bijzondere gevallen, als de commissie dat nodig vindt, kan een langere termijn worden toegestaan. De commissievoorzitter is bevoegd in gevallen, waarvan hij van mening is, dat de goede gang van zaken verstoord wordt, de spreektijd te bekorten. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan een de vergadering toestaan aan de inspreker korte verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. Als een spreker beledigende woorden of gebaren, tegen wie dan ook, bezigt, wordt hij door de commissievoorzitter tot orde geroepen en na herhaling het recht van spreken ontzegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel