Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Bovenwettelijk vakantieverlof

Onderdeel van Verlofregeling gemeente Meerssen

1.. De medewerker als bedoeld in artikel 2 met een volledige betrekking en ingedeeld in schaalniveau 9 of hoger heeft recht op 7,2 uur bovenwettelijk vakantieverlof per kalenderjaar. 2.. De medewerker die frequent een onregelmatige- of beschikbaarheidsdienst heeft als bedoeld in artikel 6:2:1 lid 4 CAR/UWO heeft recht op 14,4 uren bovenwettelijk vakantieverlof per kalenderjaar. 3.. De medewerker kan overeenkomstig artikel 3:29 lid 1 CAR/UWO bovenwettelijk vakantieverlof kopen via het IKB tot maximaal 4 maal de aanstellingsduur per week gedurende het kalenderjaar. 4.. De medewerker kan overeenkomstig artikel 6:2 lid 2 CAR/UWO elk jaar vóór 1 november verzoeken in het daaropvolgende kalenderjaar de arbeidsduur per jaar te overschrijden met 50,4 uren bij een volledige betrekking en deze uren om te zetten in bovenwettelijk vakantieverlof. 5.. Het bovenwettelijk vakantieverlof wordt in de volgende gevallen verhoogd met: a. 18-jarige medewerker 21,6 uren b. 19-jarige medewerker 14,4 uren c. 20-jarige medewerker 7,2 uren 6.. Het bovenwettelijk vakantieverlof wordt, voor medewerkers in dienst getreden vóór 1 januari 1997, in de volgende gevallen verhoogd met twee kermisdagen én: a. 30 t/m 39 jaar 7,2 uren b. 40 t/m 44 jaar 14,4 uren c. 45 t/m 49 jaar 21,6 uren d. 50 t/m 54 jaar of bij het bereiken van een diensttijd van 30 jaren 28,8 uren e. 55 t/m 59 jaar 36,0 uren f. 60 jaar en ouder 43,2 uren 7.. Het bovenwettelijk vakantieverlof wordt, voor medewerkers in dienst getreden na 1 januari 1997, in de volgende gevallen verhoogd met: a. 45 t/m 49 jaar 7,2 uren b. 50 t/m 54 jaar of bij het bereiken van een diensttijd van 30 jaren 14,4 uren c. 55 t/m 59 jaar 21,6 uren d. 60 jaar en ouder 28,8 uren 8.. Voor de in de leden 5, 6 en 7 bedoelde verhoging is beslissend de toestand op 1 januari van het kalenderjaar waarin de betreffende leeftijd of diensttijd zal kunnen worden bereikt. 9.. De ambtenaar die aanspraak maakt op bovenwettelijk vakantieverlof als bedoeld in de leden 6 en 7 kan het afdelingshoofd verzoeken dit verlof uit te betalen tot een maximum van 21,6 uren bij een volledig dienstverband. Een dergelijk verzoek kan alleen op grond van financiele of organisatorische bezwaren worden afgewezen. 10.. Bijlage A bevat een schematisch overzicht van de wettelijke en bovenwettelijke vakantieverlof uren per kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel